Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoover het aanspraak maakt op steun uit de openbare middelen, zich uiteraard geheel naar de inzichten van de centrale overheid zal moeten schikken. Indien het de Commissie volkomen ernst is geweest met wat zij hier schreef, dan had zij van haar standpunt uit gezien, beter gedaan om voor te stellen de bestaande vrijheid op het gebied van het Voorbereidend Hooger en Middelbaar Onderwijs op te heffen en de bijzondere scholen om te zetten in staatsscholen, eventueel met confessioneel karakter.

Ten opzichte van de werkzaamheid der gemeenten op het gebied van het Voorbereidend Hooger en Middelbaar Onderwijs merkt de Commissie nog op:

„Het lijdt voor onze Commissie geen twijfel, dat de zelfwerkzaamheid der gemeenten op het gebied van het voorbereidend hooger en middelbaar onderwijs aanleiding heeft gegeven tot een uitzetting van de uitgaven voor dat onderwijs, welke door het algemeen belang niet geboden wordt en dus schadelijk is te achten. Zoowel ten aanzien van de gebouwen, als van de bezoldiging der leeraren en het aantal lesuren, dat hun kan worden opgedragen, zoomede van de grootte der klassen, huldigen sommige gemeenten opvattingen en hebben zij bepalingen vastgesteld, welke aanmerkelijk ruimer en vrijgeviger zijn dan die door het Rijk worden toegepast voor zijn scholen en worden opgelegd aan gesubsidieerde scholen. Ten einde haar opvattingen ten deze te kunnen doorzetten geven die gemeenten haar aanspraken op subsidie zelfs prijs.

Het behoeft geen betoog dat dergelijke maatregelen niet alleen plaatselijk de kosten van het onderwijs onnoodig doen stijgen, maar ook de algemeene strekking hebben de uitgaven van het onderwijs op te 'drijven, omdat zij vergelijkingsobjecten in het leven roepen, waartegen de soberder opvattingen en regelingen van het Rijk ongunstig afsteken.

Onze Commissie juicht het dan ook toe, dat in het evengenoemd, thans aanhangige wetsontwerp tot regeling van het V.H. en M.O. in artikel 25 een bepaling is opgenomen, welke waarborgt, dat althans wat de jaarwedde van rectoren, directeuren en leeraren betreft, de gemeenten in de toekomst verplicht zullen zijn de Rijksregeling te volgen.

Onze Commissie ziet echter geen voldoenden grond op welken het aan de gemeenten zou moeten blijven toegestaan ten aanzien van de overige voor dit onderwijs noodige regelingen af te wijken van de algemeene normen, die voor het Rijks- en het bijzonder onderwijs als voldoende zijn aangenomen.

Redenen om plaatselijk dit soort onderwijs op ruimer en vrijge-

Sluiten