Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. door zoo mogelijk geldelijken steun te vers schaffen;

c. door juiste inschrijving van en controle op het lidmaatschap;

d. door samenstelling van reglementen op zoo» danige wijze, dat er van geen enkele zijde prin* cipieel bezwaar kan blijven tegen medewerking.

Het werk van het N.J.I. voor de N.J.H.C. bepaalt zich tót de volgende punten:

1. drie bestuursleden zijn tevens N.J.H.C.*bestuur* deren (de voorzitter N.J.I. is voorzitter N.J.H.C.; de secretaris N.J.I. is secretaris N.J.H.C.);

2. hulp bij kantoorwerk (administratie enz.);

3. finantieelen steun, waarvan de grootte elk jaar bepaald wordt.

In 1928/29 bedroeg dit ƒ 1500.— voor de oprich* ting der N.J.H.C. In 1930 zal dit bedragen de dek* king van het tekort tot een maximum van ƒ 2000.—.

2. Academie voor Lichamelijke Opvoeding.

De oprichters van het N.J.I. waren van meening, dat de goede ontwikkeling van het jeugdwerk beroepsleiders vereischte.

Men dacht — gesteund door de practijk — dat vele leiders voort zouden kunnen komen uit de leeraren in de lichamelijke opvoeding. Men achtte echter de bestaande opleiding niet grondig en ruim genoeg.

Daardoor ontstond bij den Voorzitter en den

Sluiten