Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prestaties achteruitgaan. Men mag dus nooit te vroeg met wedstrijdsport beginnen. Verder zal men de verschijnselen van overtraining terdege moeten kennen om er zich voor te kunnen behoeden en men zal van te voren blijk hebben moeten geven, dat men ook een alge-me ene lichaamsgeschiktheid voor het beoefenen van sport bezit. De eischen hiervoor zijn dat men: 400 M. kan hardloopen binnen 1 minuut, 4.7 M. vèr kan springen,

10 K.M. binnen 50 minuten wandelt, 300 M. zwemt binnen 9 minuten,

60 pCt. van zijn lichaamsgewicht met één arm kan trekken en zijn eigen lichaamsgewicht met twee armen kan stooten.

Welke zijn nu de medische grenzen, die aan een wedstrijdtraining gesteld moeten worden? In de eerste weken van de training mag het lichaamsgewicht ongeveer 4 K.G. afnemen, maar daarna moet het weer, door het zwaarder worden van de spieren, stijgen. Voortdurende controle van het lichaamsgewicht is dus noodzakelijk. Een gunstig teeken is wanneer zoowel in rust als gedurende den arbeid de pols langzamer wordt. De bloeddruk daalt dikwijls tot onder de 100 mm. Hg. De grootte van het hart in diastole neemt gedurende de training duidelijk toe en de ademfrequentie af. Verschijnselen van overtraining zijn derhalve: voortdurend dalen van het lichaamsgewicht, blijvende versnelde pols, stijgen van den bloeddruk, ook in rust, onregelmatige ademhaling. Hiermede gaan altijd verschijnselen van den kant van het zenuwstelsel gepaard: spiertrekkingen, tril-

Sluiten