Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dende organen en tot een in massa overgaan van die jeugdige cellen in de bloedcirculatie voert, zoodat hun aantal 200.000 en meer per kubieken millimeter bedragen kan. De organen, waar het bloed wordt gemaakt, zijn het beenmerg en het lymphklierweefsel, en de ziekte kan öf het eene öf het andere orgaansysteem aantasten. Men spreekt in zulke gevallen dus of van myelosen (myelum = beenmerg), of van lymphadenosen (adenus = klier). Gelijktijdige woekering in beide systemen is wel zéér zeldzaam. Het onderscheid wordt op grond van het microscopische bloedbeeld gemaakt, wat niet altijd even gemakkelijk is. De kukaemische orgaanwoekering gaat voortdurend verder, maar daarbij kan het tempo echte? zeer verschillend zijn, zoodat men, al naar den graad van de bloedverandering, een leukaemisch, een sw&leukaemisch en zelfs een «leukaemisch bloedbeeld onderscheidt. In het laatste geval stelt dan dikwijls niet de quantitatieve, maar de qualitatieve verandering van het bloedbeeld (dus verandering in het onderlinge procentgehalte der lymphocyten en myelocyten) ons in staat om het ziektebeeld als een beginnende leukaemie te herkennen. Hoe verder het proces voortschrijdt, hoe slechter het rijp worden van de jonge bloedcellen plaats vindt, zoodat men uit het bloedbeeld reeds het stadium kan vaststellen, waarin de ziekte verkeert. Vroeger of later sluit zich altijd een zware bloedarmoede hierbij aan, terwijl ook andere algemeene beschadigingen, zooals koorts, verval van krachten, stofwisselingsstoornissen, zweervorming, neiging tot secundaire infecties of het uitbreken van een latente tuberculose, er bij kunnen optreden. Al naarmate het verloop is, kan men een

Sluiten