Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en belangzucht; en eindeHjk de critiek zelve, zooals die gewoonHjk in wetenschappen, letteren en kunsten plaatsvindt, slechts berust op willekeurige maximen, die bier als onbetwijfelbaar worden aanvaard, terwijl zq elders weer als dwalingen worden verworpen.

Uit dit alles spreekt een onmiskenbare neiging tot scepticisme. Maar het is niet zoo gemakkelijk, van wat men daaronder verstaat een algemeengeldige nauwkeurige omschrijving te geven. Anatole France, die als geestelijk leerling van Montaigne en van Renan zelfzeker niet ontbloot was van neigingen in die richting, zegt ergens op de hem eigen geestig-ironische w^ze, datwn „sceptici noemen diegenen, die onze eigen illusies niet deelen, zonder ons er verder druk over te maken of zij er wellicht andere illusies op nahouden". M. a. w. de maatstaf, dien wn voor scepticisme aanleggen, is op verschillend gebied uiteenloopend: de streng kerkelijk geloovige verstaat daaronder wat anders dan de critische wnsgeer. Zoo is b.v. Bayle geen dogmatucb scepticus, in dien zin dat hij de mogeUjkheid van alle zekerheid van kennis zou ontkennen; daarvoor had lnj zich nog te weinig verdiept in de kenleer met haar onderzoekingen betreffende den aard en de kenbronnen der waarheid, — een onderzoek, dat eerst door Locke en de op hem volgende Engelsche philosofen werd aangevangen en tot een zelfstandig onderdeel der wgsbegeerte werd verheven.

Sluiten