Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwaad. De duivel verleidt Eva om het toch te doen. Eva verleidt haar man, en de zonde is een feit geworden.

Dit verhaal leert, dat de mensch verleid is door den boozen geest; er was dus reeds zonde. En nu kiest de mensch, die naar de verleiding luistert, ook die zonde. Hij leert daardoor niet maar kennen wat goed en wat kwaad is, want dit wist hij reeds door zijn zedelijken aanleg; maar hij maakt zich daardoor „als God",1) d.w.z. hij gaat zelf vaststellen wat hij doen mag en niet doen mag, hij wil zelf bepalen wat goed en kwaad is. Hij maakt zich dus los van God en van zijn onderworpenheid aan en afhankelijkheid van God, en stelt zich naast Hem, gelijk met Hem.

Het verhaal van den zondeval in Genesis 3 plaatst dus zeer beslist de intrede der zonde in de menschheid bij het begin van het menschelijk geslacht. Maar tegelijk teekent het de wijze, waarop telkens weer de zonde in ieder mensch komt, n.1. eerst door verleiding buiten hem, en vervolgens door de begeerte in hem, en die begeerte beweegt zijn wil om het kwade te doen.

De Bijbel zegt niet, waar die zonde vandaan komt. Zij komt niet uit den mensch zelf, want hij wordt verleid, zij behoort dus niet tot de natuur des menschen. Maar hoe dan de verleider, de booze geest of duivel, zondig geworden is, weten wij niet. Eén ding moet vaststaan, n.1. dit: God heeft de zonde niet geschapen. De oorsprong der zonde is eigenlijk niet te verklaren. Als wij haar bestaan konden verklaren, zou dat beteekenen, dat zij het recht had er te zijn, en dat zij er dus ook moest zijn. En dat kan niet, want de zonde is de groote onwettigheid in de schepping.2) Zij hoort er niet in thuis. Zij is datgene wat niet behoorde te zijn.

Maar hoe komt de zonde dan in Gods schepping? — God heeft haar toegelaten, zouden wij kunnen antwoorden. Maar dit antwoord is niet geheel bevredigend. Wij moeten het volgende in het oog houden. In zijn schepping heeft God de mogelijkheid van zonde gesteld, doordat Hij zulke hooge wezens schiep, die de macht bezaten om uit eigen beweging

») Gen. 3 : 5, 22. *) 1 Joh. 3:4.

Sluiten