Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedorven, en die God en zijn wil volkomen kent en dien wil geheel wil volbrengen. Die ander kan geen mensch zijn, want er is geen mensch onschuldig; ieder mensch is zondig en zondaar.1) Die ander kan alleen God zelf zijn.

God zelf alleen kan den mensch verlossen uit de slavernij der zonde, d.w.z. God alleen kan de verhouding tusschen zich en den mensch weer zóó maken, dat de schuld weg is en dat de mensch kracht heeft om voortaan zich van de zonde en van zijn eigen booze zelfzucht af te keeren en zich in alles te richten naar den goeden en wijzen wil van zijn Schepper.

Dat er met de menschheid iets niet deugt, daarvan is iedere godsdienst altijd overtuigd geweest; en ook, dat de menschheid verlost moet worden van een druk die op haar ligt, van een schuld die haar bezwaart, van een onmacht die haar verlamt. Eiken godsdienst kan men beschouwen als een poging om de menschheid te bevrijden. Maar zelfs in godsdiensten, waarin men die verlossing verwachtte van de zijde, der godheid of der goden, kwam de praktijk toch altijd weer hierop neer, dat de menschheid zelf of een bepaalde mensch die verlossing trachtte tot stand te brengen, hetzij door offers, of door andere godsdienstige plechtigheden, oefeningen van boete, onthouding en dergelijke. Dat nu is onmogelijk. Een mensch kan een ander niet verlossen, omdat ieder mensch zelf bevrijd moet worden.

Het Christendom is de godsdienst, die leert, dat niet de mensch zichzelf kan bevrijden, maar dat alleen God dit kan, èn — dat God dat ook werkelijk gedaan heeft.

Onze verlossing is onontbeerlijk, zonder verlossing zijn wij de ellendigste aller schepselen, zonder hoop op een betere toekomst in dit of in een later leven. Daarom steekt God zelf vrijwillig de hand tot redding uit en herstelt ons in de verhouding van liefde en vriendschap. God doet dat vrijwillig, het is zijn vrije genade, die ons verlost. „God, die rijk is in barmhartigheid, heeft door zijn overgroote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, als wij nog dood waren door de zonden, ons levend gemaakt in Christus Want uit

•) Rom. 3:23.

Sluiten