Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij een mensch is, die zeer nauw in gemeenschap staat met God. die geen zonde kent en de Heilige is. Paulus heeft in Rom. 5 : 6—21 uitvoerig betoogd, dat Jezus' heiligheid en zondeloosheid verband houden met onze verlossing, want gelijk door één mensch, Adam, de zonde in de wereld gekomen is tot alle menschen, zoo is ook door één mensch, Jezus Christus, de zonde in de wereld weer overwonnen, en daardoor kan ieder, die gelooft, aan die overwinning der zonde deelachtig worden. Tegenover Adams ongehoorzaamheid staat Christus' volkomen gehoorzaamheid; tegenover Adams ongerechtigheid, dat is: zijn zondigheid, staat Christus' rechtvaardigheid, dat is: zijn ongerepte heiligheid en volstrekte zondeloosheid.

Maar naast deze getuigenissen van Jezus' waarachtige menschheid staat allerwegen in het Nieuwe Testament de belijdenis van Jezus' waarachtige Godheid. Wij spraken daarover reeds, toen wij in § 6 over de Drieëenheid handelden, en komen daarop nu nader terug.

Allereerst valt op te merken, dat Jezus zichzelf altijd noemt: „de Zoon des menschen". Daarmede wil Hij, in aansluiting aan de profetie van Daniël 7 : 13, te kennen geven, dat Hij is de door God gezonden Verlosser. Zoo laat Hij zich ook Messias of Christus noemen. „Gij zijt de Christus", zegt Petrus, i) en op de beslissende vraag van den hoogepriester Kajafas, of Hij de Christus was, heeft Hij voluit geantwoord: „Ik ben het".2) Daarmede heeft Jezus dus uitdrukkelijk verklaard, dat Hij degene is, over wien de profeten gesproken hebben, naar wien alle voorgeslachten hebben uitgezien, van wien al dat vele heerlijke en grootsche is gezegd, en die de volle verzoening tusschen God en de menschen komt tot stand brengen.

Jezus maakt nooit den indruk van hoogmoed, en toch heeft Hij niet geschroomd zich een macht en gezag toe te kennen, die alleen God toekomen. Als Hij zonden vergeeft, zeggen de menschen, dat Hij lastert, want, denken zij terecht, dat is

') Mt 16:16, Joh. 6:69.

2) Mt 26: 63, 64, Mk. 14.61, 62. Lk. 22:66—71.

Sluiten