Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op grond van wat de verheerlijkte Christus nu in de eeuwigheid voor ons werkt, belijdt de christen: In niemand anders is de zaligheid; want er is ook geen andere naam onder den hemel, die den menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden.1) Hij is de weg, de waarheid en het leven.2)

§ 17. Het werk van den heiligen Geest

Vijftig dagen na de verrijzenis van Jezus Christus, tien dagen na zijn hemelvaart, op het Joodsche Pinksterfeest te Jerusalem, daalde de heilige Geest neder op de eerste geloovigen en vervulde hen met zijn levendmakende kracht. Zoó wordt verhaald in de Hand. d. Ap. 2 : 1—4.

Reeds in § 6. waar wij over Gods Drieëenheid spraken, hebben wij het een en ander over den heiligen Geest gezegd; wij komen nu daarop terug.

Jezus had de komst van dien heiligen Geest herhaaldelijk beloofd.8) Daarvóór reeds had Jezus eens aan Nikodemus verklaard, dat niemand tot Gods Koninkrijk behooren kan, als hij niet wedergeboren wordt uit het water en den heiligen Geest.4) Hij noemt dien Geest „de andere Vertrooster"; Jezus denkt dus aan een persoon, niet maar aan een goddelijke kracht. Zoo begrepen ook de apostelen het.8) Over den heiligen Geest wordt altijd gesproken als God, als een goddelijk persoon, op dezelfde wijze als over den persoon des Vaders en den persoon des Zoons Jezus Christus. Dat blijkt uit alle plaatsen, waar zij alle drie tezamen vermeld worden.6)

Zoo is de heilige Geest dus een nieuwe persoonlijke openbaring van God. Door de zonde waren wij van God verwij-

>) Hand. 4: 12.

2) Joh. 14:6.

») Joh. 14 :16—18. 26, 15 : 26, 16 : 7—15. Lk. 24:49, Hand. 1:4, 5. 8.

*) Joh. 3 : 5.

») Hand. 15:28, 1 Kor. 2:10, 12:11.

6) Mt. 3 :16, 17, 28 :19, Lk. 1 : 35, Joh. 1:32—34. 1 Kor. 12:4—6, 2 Kor. 1:21. 22. 13:13, EL 1:3—14, 5:18—20, 1 Petr. 1:2.

Sluiten