is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor geloofs- en zedeleer in de Oud-Katholieke Kerk van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja Heer, gij weet, dat ik u liefheb", waarop Jezus dan telkens weer zegt: „Weid mijn lammeren" of „weid mijn schapen". Dit zou dan beteekenen, dat Petrus met de herdersmacht over de geheele kerk wordt bekleed. — Maar het is duidelijk, dat Jezus hier alleen maar Petrus plechtig in het bijzijn der anderen herstelt in zijn apostelschap, dat hij, door Jezus driemaal te verloochenen, onwaardig geworden was en verloren had. Petrus wordt niet boven de anderen gesteld, maar slechts opnieuw met hen gelijk gesteld.

Wij zien inderdaad, dat Petrus vaak op den voorgrond treedt, en dat de andere discipelen dat ook toelaten. Maar in gezag staat Petrus niet boven de anderen. Hij zendt niet een ander uit om de handoplegging te bedienen in Samaria, maar wordt met Johannes door allen uitgezonden.1) Op de vergadering te Jerusalem voert hij het woord en geeft raad, evenals Paulus en Barnabas; maar Jakobus, de bisschop van Jerusalem, formuleert als laatste spreker — wij zouden zeggen: als voorzitter — het besluit der vergadering2), en de vergadering van allen tezamen neemt de beslissing.3) En als Petrus naar de meening van Paulus verkeerd handelt, wordt hij door hem in het bijzijn van anderen berispt.4) Petrus had dus volstrekt geen grootere macht dan de andere Apostelen.

Nu komt daar nog bij, dat het historisch niet bewezen is, dat Petrus bisschop van Rome geweest is. In den brief, dien Paulus aan de gemeente van Rome schrijft, spreekt hij met geen enkel woord tot of over Petrus, hoewel hij toch zijn groeten doet aan een groot getal geloovigen, die hij allen met name noemt. Historisch betrouwbaar is alleen de overlevering, dat Petrus en Paulus beiden in Rome den marteldood ondergaan hebben.

Zelfs al was Petrus bisschop van Rome geweest en als onfeilbaar te beschouwen, dan zou daaruit nog niet volgen, dat de bisschoppen van Rome onfeilbaar zouden zijn, want de Apostelen hebben in de geschiedenis der kerk een geheel

') Hand 8:14.

2) Hand 15:7, 12, 13, 19.

') Hand 15 : 22, 23, 28, 41.

*) Gal. 2:11—14.