is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek voor geloofs- en zedeleer in de Oud-Katholieke Kerk van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een kracht, die het beste in ons wakker roept en te werk zet. Wij zeiden het reeds in § 22, Gods genade is als de zon, die ons beschijnt; als de zon den bloemknop beschijnt en verwarmt, moet de bloemknop zich wel openen naar die zon toe en al zijn geur en kleur en schoonheid voor den dag brengen.

Bij den mensch geldt dat nog veel inniger en heerlijker, want de mensch is een redelijke en zedelijke persoonlijkheid; hij is een wezen, dat eigen denken en eigen wil bezit. Maar nu zijn zoowel zijn denken als zijn wil door de zonde besmet, verduisterd en ten kwade geneigd. Vooral in onzen wil bespeuren wij dat; die wil is zóó ontaard, dat hij het eerst, het gemakkelijkst en het liefst het verkeerde kiest. Maar als Gods genade tot ons komt, dat wil dus zeggen: els wij bespeuren, dat God zelf tot ons komt en zijn liefdewil en liefdekracht ons doet ervaren, dan gaat er licht op over ons denken en komt er een genezende, bevrijdende en sterkende kracht in onzen zieken, verkeerden wil, en wij gaan het goede — dat is God — kennen, en wij gaan het goede — dat is Gods wil — doen.

Dit is iets heel wonderlijks. Ten volle begrijpen kunnen wij het nooit. Geen mensch kan het verborgen werken Gods doorgronden. Wij menschen vragen vanzelf, of wij zelf het dan wel zijn, die het goede doen; want als God eerst onzen wil er toe beweegt, is Hij het eigenlijk die het doet. Hij werkt in ons het willen en het volbrengen, zegt Paulus.1) Wij hebben dus niet eens een vrijen wil, zou men zeggen. — Natuurlijk hebben wij dien wel. maar het is een zeer ongelukkige vrijheid, die wij hebben; het is een vrijheid, die wij alleen maar ten kwade misbruiken. Maar als wij Gods genade ervaren, dan gebeurt er iets met ons, dan maakt onze wil zich van die vrijheid naar het verkeerde los, en richt zich tot God en het goede. Dat dit geschiedt, is Gods werk, geheel en al, en Hem zij dank daarvoor. Maar dat wij daaraan gehoor geven en onzen wil ten goede gaan gebruiken, is ook geheel en al ons werk; want het is onze wil, dien wij ten goede laten willen en handelen. Ieder mensch weet dat uit ervaring; als

>) HL 2:13.