Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen geacht werden tot de gemeente, dus tot Christus te behooren, en dat de ouders de kinderen daarom tot Christus brachten en nu reeds door hun eigen geloof voor hun kinderen een toegang zochten tot het rijk van Christus en Gods genade. De gemeente toch. beter nog gezegd: de kerk. is de kring waarover de Vader zijn genade uitzendt door den heiligen Geest om den wille van zijn Zoon Jezus Christus. En in die kerk wordt het kind geboren; daarom heeft het recht op het teeken van Gods genade. Voor het kind staat de kerk borg door haar geloof in Gods genade, en staan zeer in het bizonder de ouders borg, dat het eenmaal, als het opgegroeid is, zich de genade van God helder bewust zal worden. Daarom vooral ook rust op de kerk en meer in het bizonder op de ouders de groote verantwoordelijke plicht, de kinderen op te voeden tot „discipelen van Christus".

Toen wij spraken over de kerk (§ 19). hebben wij reeds gezegd, dat haar eenheid o.a. gekenmerkt wordt door den Doop. Dit moeten wij vooral vasthouden. Alle christelijke kerken hechten aan den Doop een groote waarde, slechts enkele verwerpen hem. Dat bewijst wel door een gang van vele eeuwen heen. dat de Doop de ingang is in Gods Koninkrijk en de verzekering van Gods vergevende genade. Zoo is de Doop bij alle gescheidenheid der kerken het teeken Gods van de eenheid van Christus' kerk. Er is één Doop, gelijk er één Heer en één geloof is.1) Door dien éénen onverander lij ken Doop ontkent Christus als het ware onze splitsing en gescheidenheid, en roept Hij alle menschen voortdurend om te behooren tot zijn ééne lichaam, zijn kerk. en om elkander te beschouwen als broeders en zusters van het ééne groote huisgezin, waarvan God de Vader is en waarover Hij al zijn genade wil uitstorten.2)

1) EL 4:5.

2) Ef. 3:14—21.

Sluiten