Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de medewerking, beter gezegd nog: de wensch en de wil der kerk de onmisbare voorwaarde is voor de rechtmatige overdracht dezer ambtsvolmachten. Waar de kerk niet spreekt, kan geen wijding plaats hebben.

De wijdingen van diaken en priester worden ingeleid door deze woorden, gesproken door den assisteerenden aartsdiaken of priester tot den wijdenden bisschop: „Hoogwaardige vader, de heilige kerk verlangt, dat gij dezen hier aanwezigen subdiaken (diaken) tot het ambt van diaken (tot het ambt van het priesterschap) wijdt." De bisschop vraagt dan: „Weet gij, dat hij het waardig is?" Het antwoord luidt: „Voorzoover dat onder het bereik ligt van het gebrekkig menschelijk weten, weet ik en betuig ik, dat hij waardig is dit ambt te aanvaarden." Daarna stelt de wijdende bisschop de aanwezige gemeente nogmaals in de gelegenheid haar stem tegen de voor te nemen wijding te verheffen. Bij de priesterwijding verklaart de bisschop daarna, dat hij op grond van het getuigenis der kerk tot de wijding overgaat en deze wijding verricht onder medewerking der priesters, waarbij hij vaststelt, dat het de Heer alleen is. die aan de menschelijke handeling den zegen verleent.

Bij de bisschopswijding zegt een der assisteerende bisschoppen: „Hoogwaardige vader, onze heilige moeder, de katholieke kerk, verlangt, dat gij dezen hier aanwezigen priester tot de waardigheid van het bisschopsambt verheft," Daarop vraagt de wijdende bisschop: „Hebt gij een bewijs van wettige verkiezing?" Als deze vraag bevestigd wordt, wordt de oorkonde der verkiezing voorgelezen. Op grond van die wettige verkiezing verklaart de wijdende bisschop zich bereid tot de wijding over te gaan. Eerst echter laat hij, in naam der katholieke kerk. den wijdeling een belijdenis afleggen, waaruit zijn rechtzinnigheid in geloofs- en zedeleer blijkt, als getuigenis dat hij een waarachtig katholiek bisschop zal zijn.

Hieruit blijkt ten duidelijkste, dat het de k e r k is, die borg staat voor de rechtmatigheid en geldigheid der wijdingen. Zij is het, die haar diakenen, priesters en bisschoppen roept, en de bisschoppen voltrekken de handeling der wijding naar haar wensch en wil. Waar geen kerk is, die de wijding verlangt, kan geen dienaar dier kerk rechtmatig en geldig een

Sluiten