Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo heeft de christen dus als voornaamsten plicht tegenover zichzelf: zijn ziel te bewaren. Het is een van Jezus' ernstigste en diepste woorden: „Wat baat het een mensch, zoo hij de geheele wereld wint, maar zijn ziel verliest!"1) Schade aan de ziel is door niets te vergoeden. En dus moet zijn houding zijn: die van een voortdurend achtgeven op zichzelf,2) want elk mensch is voor zichzelf en zijn zaligheid verantwoordelijk.3)

Door welke gedachten moet de christen zich daarbij laten leiden? — Wij kunnen dit het best samenvatten in deze vier voorschriften: hij moet zichzelf kennen, hij moet zichzelf bewaren, hij moet zichzelf opbouwen, hij moet zichzelf verloochenen.

1. De christen moet zichzelf kennen.

Zelfkennis is de beste kennis, ook al omdat zij de moeilijkste kennis is. Wij weten, hoe waar Jezus' woord is, dat menigeen den splinter in het oog van zijn naaste ziet en den balk in eigen oog niet ziet.4) Het lijkt dikwijls wel, alsof dat „onszelf" een ander is dan wij. Dat komt, omdat wij innerlijk gebroken en gespleten zijn; er is in ons een voortdurende bittere tweestrijd tusschen het goede en het kwade, tusschen ons verkeerde „zelf" en ons beste „zelf". Paulus heeft dien strijd zeer scherp geteekend.5) In de gelijkenis van den verloren zoon staat zoo heel merkwaardig: „hij kwam dan tot inkeer", eigenlijk staat er: „hij kwam tot zichzelf";6) blijkbaar had hij „zichzelf" dus nog nooit gevonden; maar dit „tot zichzelf komen", deze zelfkennis wordt het begin van zijn opstaan uit de zonde en van zijn terugkeer tot den Vader.

Hoeveel te meer moet dan de christen zichzelf kennen, opdat hij niet terugvalle uit de genade, waarin hij staat. Daarom zal hij moeten strijden tegen de onverschilligheid

<) Mt. 16:26.

3) Hand 20:28, 1 Tim. 4 : 16.

3) Gal. 6:4, 5, Ffl. 2:12, 1 Petr. 1 : 17.

«) Mt. 7 : 3—5.

5) Rom. 7 : 15—23.

') Lk. 15: 17.

Sluiten