Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom keuren wij af de heiligenvereering, die de heiligen als hulp aanroept in het verkeerde geloof, dat zij zelf ons helpen kunnen; dat zij zooveel goeds in hun aardsche geloofsleven verricht hebben, dat zij nu het overvloedige wat zij deden, ons ten goede kunnen aanwenden. Neen, God alleen is de Gever van genade, alle genade is van Hem, en alles wat wij doen en bezitten, is genadegift van Hem, en nooit eenige verdienste van ons.

Daarom ook keuren wij af een hulp bieden aan de dooden, die bestaat in het doen van allerlei op zichzelf wellicht goede oefeningen, maar die, naar men verkeerdelijk meent, ten goede van de dooden zouden kunnen strekken. En zeer verwerpelijk is de meening, dat wij door geld of door de verdiensten der heiligen of door de macht der kerk zielen zouden kunnen redden van straf of lijden in het hiernamaals.

Als God ook na den dood den zijnen genade betoonen wil, dan is het leven daar een voortgezet leven des geloofs, een heilige oefenschool, maar geen strafplaats. En daartegenover staan wij alleen met de liefde des gebeds en met de dankbaarheid van den eerbied. Wat de ontslapenen voor ons kunnen doen, is niets anders dan bidden; en wat wij voor hen kunnen doen, is niets anders dan bidden. Meer kunnen en mogen wij ook niet, maar het is ook het heerlijkste, want het gebed is de band, die de gemeenschap der heiligen saambindt met God.

Wij allen, menschen als wij zijn, hebben de genade der verlossing noodig. Wij allen zijn besloten onder de schuld der menschheid, geen uitgezonderd.1) Zelfs voor Jezus' heilige moeder Maria heeft de Schriftuur geen uitzondering gemaakt. Ook voor haar kwam Gods Zoon tot verlossing en aan Hem alleen dankt zij haar zaligheid. Een leer, dat zij zonder erf schuld zou geboren zijn (Onbevlekte Ontvangenis), is een dwaalleer, die het verlossingswerk van Christus beIeedigt, een leer, die de kerk nooit heeft gekend. Ook Maria wijst alle verdienste van zich af; ook zij kan ons niet anders helpen dan door haar voorbede. En hoe hoog de christen haar als de moeder des Heeren ook eert, altijd zal zij van

') Rom. 5:12.

Sluiten