Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kruis van het heden en daarin vreugde te vinden, —dit redelijke inzicht is de verzoening met de werkelijkheid, welke de filosofie dengenen schenkt, die ernst maken met den innerlijken eisch, te begrijpen, en in hetgeen wezenlijk is, evenzeer de subjektieve vrijheid te behouden, als met de subjektieve vrijheid niet te staan in iets bizonders en toevalligs, maar in datgene dat absoluut is."

Het goede en ware is niet verwerkelijkt alleen ergens anders in of buiten deze wereld, en het was niet alleen eens in het verre verleden en zal niet alleen eens in verre toekomst zijn in een paradijsachtige wereld zonder het ^immers als het noodwendige middel onvermijdelijk) andere, het nog kwade en nog onware, — maar het is als eeuwig proces van opheffing (verheffing) van het andere (nog niet ware en volledige) hier en nu voor den socialen, kunst-zinnigen, religieuzen of wijsgeerig ge-

als de eeuwige strijd tegen de eeuwig zich vormende tegenstrijdigheid, als de voortdurend zich oplossende, zich verzoenende tegenstrijdigheid en in dien zin als volstrekte tegenstrijdigheid.

Het verstand denkt statisch (maakt vaste onderscheidingen), het redelijke denken dynamisch (het onderscheidene openbaart het immanente verband en aldus de eenheid). Zoo is bijvoorbeeld met betrekking tot het punt: de beweging, of met betrekking tot het nu: de tijd — eenheid van diskretie en kontinuïteit, d.w.z. het uit-zich-gaande punt (nu) blijft bij zichzelf.

In de eindelooze verandering van nu's is het nu, het algemeene, oneindige, eeuwige nu het blijvende. In ditvoorbeeld onderscheiden wij dus I) dit nu, 2) het eindelooze tijdsverloop, de verandering, ontkenning, 3) de eeuwigheid, de algemeenheid of oneindigheid, waarin de eindelooze verandering en het blijvende in-een gedacht zijn, de ontkenning der ontkenning. Dit is ook een natuurvoorbeeld van het proces, dat de Idee is, daar de tijd een natuur-gestalte der Idee (Gods) is, die niet i n den tijd, maar de tijd, de eeuwigheid zelf is.

Het verstand echter ziet in de beweging alleen de diskretie of alleen de kontinuïteit en kan deze tegenstrijdige gedachten niet in-een-brengen. (Zie „de bewegings-stellingen van Zeno, den Eleaat" in mijn „Logos", blz. 311 e.v.).

Beide (verstand en rede) staan echter niet tegenover elkaar, maar het verstand is faktor, moment in de rede, zoowel in de werddregeerende gedachten (Gods), als in ons subjektief denken, d.w.z. in ons denken zooals dit de wereld-regeerende ideeën in zich aanschouwt en deze aanschouwingen in het logisch na-denken in haar immanent verband en een-zijn in zich produceert als zelf-aanschouwingen dier ideeën, als zelf-aanschouwing der Idee in ons.

Het verstand namelijk brengt zich juist door zijn op de spits gedreven konsekwenties tot rede, d. i. tot tegenstrijdigheden en de oplossing daarvan (zie mijn „Logos", slotzin § 163).

Sluiten