Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De sterke staat, d.w.z. de staat met een sterk en wijs gezag, kan zelfs op dit gebied tot zekere grens gezindten in zich verdragen, welke tegen het staatswezen zelf gericht zqn, — en aldus in uiterste verdraagzaamheid, vrij-zinnigheid en lankmoedigheid, blijvende tegenstrijdigheden in zich verdragen, vertrouwend op de macht der zeden en op de innerlijke redelijkheid van zijn wezen en zijn instellingen.

Omgekeerd is het staatswezen en de gezindheid zijner leden ook of juist gegrond in die diepste en hoogste waarden, omdat deze eerst volledig den waren aard van den geest, van 's menschen wezen bepalen. Dit wezen kan zich eerst in en als de samenleving ontwikkelen en zoo is vooreerst de natuur, maar tenslotte vooral de goede geest der samenleving onontbeerlijk middel voor den absoluten geest, — maar deze is dan eigenlijk de ware grondslag van dien goeden geest der samenleving. Het hart of middelpunt waarin tenslotte alles zich als absolute geest foyeert, is tevens het voortdurend zichzelf aanwakkerende brandpunt en hart, waaruit alles uitstraalt. Zoo is dus tenslotte de volbewuste zedelijkheid en politieke

daarover in verband met het fascisme reeds is geuit, geeft prof. Mr. A. Anema in zijn „Grondslag en karakter van de Italiaansche fascistische staatsleer" op één bladzijde (31/32) een leerzaam overzicht. Ook deze schrijver — die kennelijk geen bestudeerder van Hegel's wetenschap is geweest — verkeert l*Wfr in de meening, dat die onzin zin is „daar Hegel nu eenmaal de wijsgeerige theoretikus van den machtsstaat is geweest". Het zal hem wel verwonderen & hier te vernemen, hetgeen hem intusschen ook kan blijken uit onbevoor•"V^ oordeelde lezing van de hier kortelrjk uiteengezette Hegelsche staatsidee, dat Hegel daarin den rechtsstaat leert begrijpen.

Hegel laat zich nu eenmaal voor geen fascisme of marxisme of welk „isme" ook „gebruiken". Velen doen dit (en ook prof. Anema heeft zich daardoor laten'misleiden) door uit het verband gehaalde en volkomen verkeerd begrepen aanhalingen. Wie bijvoorbeeld nooit van het oneindige onderscheid tusschen Hegel's begrip van den „objektieven geest" en den „absoluten geest" heeft gehoord, d.w.z. nooit iets van Hegel heeft begrepen, — valt allicht t.a.v. den objektieven geest (d.i. de geest van recht, moraliteit en zedelijkheid welke leeft in alle rechts-staten) in het begrip-bedervend misverstand, dat den geloovigen Christen het verwijt zou doen God zelf te zijn, omdat hij gelooft, dat „het Koninkrijk Gods in hem is" (Lucas 17 : 20—21) of gelooft aan 1 Joh. 4 : 13.

Hier is mee bedoeld de werkzaamheid Gcd's in ons. Zóó bedoelt Hegel ook de werkzaamheid God's in den staat als objektieven geest, welke werkzaamheid echter eerst als de absolute geest in ons, in onzen relig ieuzen zin, zijn waren vorm* zijn ware „Koninkrijk" heeft.

Sluiten