Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dient zoowel geacht als veracht te worden... Daar ze [als zoodanig] in zichzelf niet den maatstaf heeft der onderscheiding, noch in staat is, de substantieele zijde tot het bepaalde weten in zich te verheffen, —- is onafhankehjkheid van de openbare meening de eerste formeele voorwaarde — zoowel in de werkelijkheid als in de wetenschap — tot iets groots en redelijks. Dit kan er zijnerzijds zeker van zijn, dat die openbare meening het zich in den vervolge zal laten welgevallen, het zal erkennen en tenslotte tot een harer vooroordeelen zal maken."

Een der verachtelijkheden van de publieke opinie is dat ze zich o-rt- gemakkelijk en zelfs door het [wezenlijke en holle laat beïnvloeden, zoowel ten goede als ten kwade. Ze wordt hier door haar eigen moderne middel om zich vrij uit te spreken, zich te publiceeren, nl. de pers (die zich vooral in de laatste 60 jaren buitengewoon heeft ontwikkeld door de vervolmaking van sneldrukpersen en papierfabrikage, van verkeersmiddelen, post, telegraaf en radio) dikwijls verraden en verkocht — en ook deze vrijheid, die van het gesproken en geschreven woord is in haar waarheid geen vrijheid om te zeggen en te schrijven wat men in zijn willekeur verkiest, evenmin als de zedelijke vrijheid een vrijheid is om te doen en laten wat men zoo eens gelieft te willen. Ook hier verdient de mensch rijn vrijheid eerst door rijn verantwoordelijkheid o.m. voor zedelijkheid, voor recht en wet. Ook de drukpersvrijheid is daarom vol innerlijke tegenstrijdigheid en hoewel haar wezen waar is en goed, is ze vol van het verkeerde, vol kwaad en gevaar v).

*) Een groot deel der pers verstaat haar taak niet (zie Prof. J. H. Valckenier Kips: „Couranten" in Tijdspiegel 1918) en is niet meer dan een nering om zooveel mogelijk drukinkt tegen winstgevende prijzen te verkoopen, of een middel in handen van opzettelijke misleiders der openbare meening om het een of andere benepen belang. In dit licht bezien noemde Schelling haar „diese grosze Hare von Babyion" en kan men haar bij gelegenheid van het volgende beschuldigen: oppervlakkigheid en lichtzinnige, vaak onnauwkeurige, soms onware „beunhazerij des geestes" — verspreidt schijnbeschaving en kweekt inplaats van kennis en inzicht: onkunde en wanbegrip, sleur en onnadenkendheid — leidt aldus de openbare meening op een dwaalspoor — staat open voor personen van onvoldoende ontwikkeling en voor avonturiers — is een werktuig in handen van beroepspolitici tot prikkeling der hartstochten van het publiek — exploiteert op cynische wijze onkunde van het publiek om een middel te zijn tot politieke, financieele spekulatie en winstmakerij.

Daartegenover staat haar ware taak: 1) waarachtige onverontreinigde

Sluiten