Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen wonder, dat het redehjk nationaal gevoel daartegen heftig ut verzet komt en als den algemeenen volkswil uitspreekt, dat de ware vrij-zinnigheid («ie blz. 30) niet langer ontaarde in een ongebondenheid, waarvoor de eene meening even richt of zwaar weegt als de andere, evenveel recht heeft op „vertegenwoordiging", al gaat ze ook principieel tegen de volksgemeenschap als geheel, tegen het volks-lied, vóór

muiterij. ;i< ,

Als een korrektie, een rem op onberaden beslissingen der Volkskamer in Nederland is bedoeld de instelling van de Eerste Kamer (gekozen door de Provinciale Staten), die de rechten van initiatief en amendement mist Haar taak is het nader toetsen der door de Volkskamer aangenomen ontwerpen aan het algemeen belang, en het zoonoodig verwerpen daarvan, zooals bijv. in 1927 geschiedde met het verdrag met België betr. het Moerdijkkanaal.

Deze taak bedoelt dus wezenlijk het meer tot zijn recht doen komen van den aristokratischen faktor, welke in de demokratie behoort mee te doen (ziei blz. 8»), niet in de beteekenis van bloedadel, maar onder meer in den zin van bezonkenheid van oordeel als „rem tegen overdhng van haar driftige zuster", de Volkskamer. Het is echter de vraag of ons bedaard volk zoo'n rem althans in dezen vorm wel noodig heeftiY.Immers — aldus Mr. R.-Kranenburg in „Het Nederlandsche staatsrecht I, blz. 262 de vrees voor te sneue* onberaden rechtsvorming door de volksvertegenwoordiging is hier te lande zeker minder groot geworden dan de wrevel over den achterstand in onze wetgeving op verschillend gebied, veroorzaakt door de wijze van fnnctionneeren van ons wetgevend orgaan. Wat ons bedaard, koelbloedig volk heeft te vreezen, is niet de overhaasting maar de zwaartillendheid, de besluiteloosheid, het gebrek aan concentratie, aan vormkracht... Zoo waren ook de beraadslagingen in de Eerste Kamer dikwijls specialistisch knap, in 't algemeen ook meer verzorgd" naar den uiterlijken vorm dan die in de Tweede Kamer, maar mat, weinig oorspronkelijk, geen nieuwe uitzichten openend of nieuwe methoden aangevend, meer historisch dan scheppend".

De versterking van het aristokratisch moment, die werkelijk noodig is in de ware demokratie, is echter niet in hoofdzaak een rem tegen overijling, maaxewrem tegen het indringend gebrek aan den waren gemeenschapszin, den waren algemeenen burgerzin mde Kamers en het is duidelijk, dat die rem in het aktieve en passieve kiesrecht en in den toelatings-eed (betofte) gelegd moet worden. Wij komen hierop m het slothoofdstuk terug. .

Inderdaad zal het in Nederland een der groote problemen der naaste toekomst vormen, op welke wijze een meer bevredigend orgaan is te scheppen, dat den algemeenen volkswil zuiverder, minder besmet en minder mechanisch als uiting van den grooten hoop. ook deskundiger op het gebied van de volkswelvaart en minder door partijbedrijf iwrpolitiekt, en met dat al vlotter tot formeele uitdrukking brengt dan de volkskamer en haar rem. . _, .

Het zal dus gaan om het doeltreffendst middel daartoe. Ofschoon dit eigenlijk buiten ons kader valt, willen wij in dit verband even wijzen

Sluiten