Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ekonomisch staat de organische opbouw van het Duitsche bedrijfsleven op het program. De wet van 27 Februari 1934 bracht daarvoor de voorbereiding, nog niet een definitieve organisatie. De beoogde „opbouw naar standen" komt in deze wet nog niet voor en zal uit den groei van het bedrijfsleven zelf moeten voortkomen. Een gedeelte biervan is hrtusschen reeds van regeeringswege geregeld door de vorming van den „Reichsnahrstand", die alle producenten van voedingsmiddelen vereenigt. Meerdere wetten en verordeningen in die richting zullen waarschijnlijk volgen, ofschoon het verlangen wordt gekoesterd, dat zonder ingrijpen van bovenaf het bedrijfsleven van de toekomst opgebouwd zal worden naar standen *).

•) In „Economisch-statistische berichten" van 21-3-'34 schrijft H. Riemens hierover o.m.:

„De thans afgekondigde wet deelt het geheele economisch leven, op de agrarische productie en de vischvangst na, in hoofdgroepen in, totaal twaalf in getal. Elk bedrijf moet bij een desbetreffende hoofdgroep aangesloten zijn. Aldus verkrijgt men een algemeene vertegenwoordiging van dit geheel van Duitsche ondernemingen, verdeeld in de twaalf organisaties. Elke organisatie is onder een van regeeringswege aangestelden leider geplaatst, die, bijgestaan door een raad, gezag uitoefent over alle aangesloten bedrijven. Hoever dit gezag zal gaan, is niet aangegeven; slechts is bepaald, dat de regeering voor elke hoofdgroep nadere verordeningen zal vaststellen, die, naar aangenomen mag worden, dit hoogst belangrijke punt regelen zullen. Van deze uitwerking hangt veel, zoo niet alles af. Eenige richtsnoeren heeft de minister intusschen reeds aangegeven in een rede voor vertegenwoordigers uit handel en nijverheid.

Vooreerst wil men de autoriteit van de leiders der hoofdgroepen niet zoover doen gaan, dat daardoor aan het vrije bedrijfsleven afbreuk wordt gedaan. De regeering van het Derde Rijk heeft bij herhaling verklaard, veel waarde te hechten aan een vrije ontplooiing van het particuliere bedrijf. Zoo ook hier. Er zal door de groepen slechts worden opgetreden in zooverre het de behartiging van gemeenschappelijke, en vooral ook van algemeen Duitsche belangen geldt. Taak van de groepen, en dus van haar leiding, is ook om het geheele Duitsche bedrijfsleven te doordringen van den geest vanhetnationaal-sociaüsme. Dit laatste houdt in: het dienstbaar maken van het particuliere belang der onderneming aan het algemeene Duitsche belang...

Hoezeer ook bewust aansluiting gezocht wordt bij het bestaande — b.v. in de vorming van de groepen voor bankwezen of voor verzekeringswezen, die overeenkomen met reeds bestaande organisaties, — er bestaan ook belangrijke verschilpunten. De nieuwe groepen zullen naast particuliere bedrijven ook de overheidsbedrijven van denzelfden aard opnemen. Zoo treden in de groep voor het bank- en credietwezen naast elkaar de

Sluiten