Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staats-vijandige klassokraten. die prbicipieel het belang van één klasse (de hunne) boven het algemeen belang der nationale gemeenschap stellen (in hun on-demokratischen klasse-waan, dat hun klasse-belang het algemeen belang is) en zoodra zij de kans schoon zien. de vrijheid, de vrijzinnigheid en verdraagzaamheid jegens andersdenkenden afschaffen, dus niet alleen jegens kommunisten en fascisten, maar ook jegens de burgerlijke

partijen. . ..

Volgen wij het historische verloop van die ontaarding, dan

blijkt het volgende:

In het begin der vorige eeuw bestond in Nederland een klassokratie, voor zoover adel, grootgrondbezit en gezeten burgerij feitelijk de reeeeringsmacht in handen hadden en de arbeidersklasse nagenoeg geen invloed daarop kon uitoefenen. Aan den waarlijk socialen geest m de besten, de aristokraten (naar den geest) van ons volk (niet door een klassenstrijd) gelukte het langzamerhand, door middel van de geleidelijke uitbreiding van het kiesrecht (blz. 78) in verband met het parlementair stelsel, dat van 1848 tot een gewoonterecht is geworden (blz. 36), — ook de arbeidersklasse stem in de wetgevende en daarmede in de uitvoerende

macht te geven. . .

Deze op-gang naar de ware demokratie, het werk van den zich bewust wordenden socialen geest in de burgerij, werd echter spoedig een af-daling in de richting van een marxistische klassokratie. Dit was een gevolg van de inwerking der ondiepe verstands-aufklarung der vonge eeuw. waardoor het politieke liberalisme aan diepte verloor, het instinkt der rede" kwijt raakte en daarmede den waren nationalen en religieuzen zin. Dit leidde tot partij -splitsing, afscheiding der kerkelijke partijen (blz. 49) en tot het loslaten op volk en volksvertegenwoordiging van denverkeerden geest van het mattrisme, zooals die geest uit het beginselprogram der SJ>JLP. duidelijk spreekt. Het is tegen dezen den waren volks-gemeenschapszin ondermijnenden arbeid, dat prof. Bonger nu terecht „maatregelen" verlangt, die echter niet ..kommunisten en fascisten" behooren te treffen, maar ^kommunisten en sociaal-demokraten" Geen fascist heeft zelfs nog maar gelegenheid gehad, nadeel toe te brengen aan het prestige van volksvertegenwoordiging en gemeenteraden, de ware anti-demokraten hadden en gebruikten deze gelegenheid reeds gedurende een lange reeks van jaren, en met succes. Dit wordt dan ook wel erkend voor de broeders-in-Marx: de kommunisten.

Prof Bonger's eigen met zorg opgestelde definitie van demokratie leidt tot dezelfde gevolgtrekking. Want hij bepaalt haar als „een bes^ursvorm eener collectiviteit met zelfbestuur, waaraan een groot deel tarer leden hetzij direkt, hetzij mdirekt, deelneemt en waarbij geestelijke vrijheid en gelijkheid voor de wet gewaarborgd zijn en waarbij deleden van haar peest zijn doortrokken."

Naar aanleiding van deze laatste woorden schrijft de hoehjzer-redakteur van het Algemeen Handelsblad terecht in zijn bespreking onder het hoofd" „Fascisme of demokratie" in een drietal nummers vanl 3 en 4 Mei 1934 van een drietal pas verschenen brochures, n.a.v. het boekje van prof. Bonger, dat „we zeker wel mogen aannemen, dat tot dien geest

Sluiten