is toegevoegd aan uw favorieten.

Fascisme en marxisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het licht der staats-idee is echter een strijd tegen dé demokratie, tegen hét hberalisme, tegen hét parlementaire stelsel grensforceering (die weder sterke tegenkrachten zal ontwikkelen), in zooverre daarmede méér bedoeld wordt dan eeniStrijd tegen de degeneratie van de ware demokratie en van het ware liberalisme in het licht der staats-idee1). Deze strijd is het eerste noodige en

te helpen ondermijnen, daarom rust op de sociaal-democratie ook een zeer belangrijke verantwoordelijkheid.'*

Dit ware oordeel grijpt echter de oorzaak nog niet diep genoeg, en zoolang dat niet geschied, zal het bergaf gaan. De diepste oorzaak ligt in het wezen zelf der sociaal-demokratie, in haar materialistisch ideaal (blz. 75—77), in haar gebrek aan den waren gemeenschapszin, haar koopwaaropvatting van den arbeid, haar gebrek aan plichtsbesef, haar inferieure, religie-looze wereldbeschouwing als een strijd van den bezitloozen engelarbeider tegen den duivel-uitbuiter, den bezittenden kapitalist, haar vaderlandsloosheid, klassegeest, klasse-egoïsme, klassenstrijd-beginsel. Daarom schrikt de ware sociaal-demokraat volstrekt niet van gebeurtenissen als in 1903, 1918, 1933. Integendeel, hij heeft toen gejuicht, alleen nog wat te vroeg. Hij kan „het euvel" niet „met wortel en tak in eigen boezem uitroeien" — omdat dit euvel nu eenmaal het wezen zelf, de geest, het beginsel is van het marxisme, hetwelk, hoezeer het wetenschappelijk afgedaan heeft (Bernstein e.a.) toch in het beginselprogram, in de sociaaldemokratische pers en in haar propaganda den volksgeest blijft bederven op de wijze, als Dr. Colijn geschetst heeft, — tot... de volgende uitbarsting en zoo voort tot... de uiteindelijke uitbarsting met iets als Rusland of Oostenrijk tot resultaat.

Dit kan voorkomen worden, omdat onze ware volksgeest zóó niet is, véél te goed is voor het marxisme (dat bleek duidelijk in 1918 en 1933) en de S.D.A.P. dus volstrekt niet den volksgeest representeert, — ondanks den „ondermijnenden" invloed op den volksgeest, ondanks de nog steeds allerwege gepredikte „onzalige leer van den klassenstrijd". Maar een groot deel van het volk loopt mee, omdat het deze partij een steeds toenemenden invloed ziet krijgen in de volksvertegenwoordigingen van stad, provincie en land. Zoodra voor de aanhangers van het marxisme de toegang zou worden geweigerd op grond van een verkeerden gemeenschapszin, zal zich een echte volkspartij kunnen vormen.

Waar uit haar geschiedenis tot en met het laatste Paaschcongres der S.D.A.P. wel is gebleken, dat daarin de geest van het marxisme niet zoozeer een „ondergeschoven voetstuk" is, als wel haar ziel, haar steeds gehandhaafd beginselprogram (minstens voor de propaganda, die juist het niet-wetenschappelijk geschoolde volk tracht te imponeeren en te doordringen) zou de S.D.A.P. haar beginselprogram geheel moeten herzien, indien zij een ware volkspartij zou willen worden, toegankeüjk voor werkelijke Nederlanders, niet alleen formeel, in schijn, maar ook in wezen.

*) Ir. B. Wigersma's „Het wezen van het fascisme", dat zoo juist verscheen, geeft een knappe, wijsgeerig belichte schets van dat wezen, —