Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. Het Grondgebruik.

Een overzicht van de onderlinge verhoudingen bij de categoriëen van het grondgebruik kan verkregen worden door de getalsverhouding der verschillende rubrieken na te gaan. Op twee verschillende manieren zijn deze cijfers te verkrijgen: 1. door de jaarlijksche opgaven door de gemeenten voor het Landbouwverslag, en de tien jaarlijksche Telling betreffende Grondgebruik en Veestapel te raadplegen; 2. door de kaart van het grondgebruik op te meten (vgl. art. van schr. hierover in T.E.G. Oct. 1932). De gegevens naar het Landbouwverslag. Hiervan werd mij ten gemeentehuize te Velsen welwillend inzage verleend; de betrokken ambtenaren stonden mij steeds terzijde. De opgaven, die ieder jaar vanwege de Directie van de Landbouw van de gemeenten worden gevraagd voor de samenstelling van het Landbouwverslag, worden om de 10 jaar uitgebreider aangevuld door een Telling betreffende Grondgebruik en Veestapel. Het doel der vragenlijsten voor de jaarlijksche telling wordt in de Toelichting aldus omschreven: „een zoo nauwkeurig mogelijk overzicht te krijgen omtrent:.... d. oppervlakte bouwland, tuingrond en grasland in elke gemeente; in de gegeven cijfers moeten dus niet begrepen zijn de woeste gronden en de boschgrondcü". Kleinere oppervlakten vallen niet onder de telling: „een tuin van 4 are behoeft (bij) het grondgebruik niet te worden vermeld".

Toch zijn er nog meer rubrieken, die om invulling vragen. Hierbij staan in de tellijsten, dus niet in de erbij verstrekte Toelichting, enkele opmerkingen, die als gids kunnen dienen bij het invullen en waarvan er hier eenige worden geciteerd.

a. onder „vergraven grond, strand, moeras, water" worden verstaan: plassen, poelen enz., behalve grachten, rivieren, kanalen;

b. onder „veld- en spoorwegen" vallen niet de straten in de bebouwde kom; die vallen, mèt „grachten, rivieren, kanalen, pleinen, parken, begraafplaatsen, grondoppervlakte van gebouwen en goederen in de doode hand" onder „onbelastbaar eigendom";

Sluiten