is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de sociaal-geographische kennis der gemeente Velsen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ . Groep met zuiver Groep met zuiver inkomen

lotaal ink. van f1200-f2500 boven f20.000

A . , Gem. A % van Gem.

Aantal Aan- 2ujver

Belasting- aange- inkomen tal aantal inkomen

)aar ) slage- aangesl. aan,~ aan- p. aangesl.

nen in gld. 9esl- gesl. in gld.

Aant. aangesl.

°/o van Gem. % van totaal zuiver totaal aantal inkomen zuiver aan- p. aangesl. ingesl. in gld. komen

1926- 1927 9108 2139.22 6166 68.3 1712.45 15 0.1 98801.53 7.6

1927- 1928 9788 2162.97 6612 67.5 1711.74 14 0.1 118267.78 7.8

1928- 1929 10161 2136.44 6773 66.6 1706.29 14 0.1 97572.— 6.3

1929- 1930 10622 2203.24 6920 65.1 1718.78 23 0.2 74837.26 7.3

1930- 1931 11437 2307.73 7503 65.6 1710.36 24 0.2 77692.82 7.3

1931- 1932 11950 2135.70 19 0.16 73177.42 5.4

*) d.w.z. dat de cijfers loopen over het voorafgaande inkomen-jaar.

Voor 1931—'32 waren geen gegevens te krijgen voor de groep f 1200—f 2500, wel voor die van f 1200—f 2600, doch daarmee is de vergelijking onmogelijk; die groep werd dus weggelaten.

De cijfers in kolom I zijn op zichzelf te globaal om er conclusies uit te mogen trekken. Uit de vermindering van het gemiddeld zuiver inkomen per aangeslagene blijkt de invloed der crisis. De verdeeling der aangeslagenen naar de grootte van het zuiver inkomen geeft aan deze algemeene cijfers meer reliëf. Het aantal aangeslagenen in de groep f 1200—f 2500 nam steeds toe (kolom II), evenals het totaal zuiver inkomen dier groep. Hier komt tot uiting, dat

1928 voorspoedig was. Het gemiddelde inkomen toont vanaf

1929 een neiging tot dalen. Dit beteekent, dat de groei der groep nu vnl. plaats vindt in de lagere inkomens. Tot deze groep behooren lagere ambtenaren en arbeiders. Het aantal aangeslagenen in de groep boven f 20.000 (kolom III) stijgt in 1928 plotseling sterk, terwijl het gemiddelde zuiver inkomen een sterke daling vertoont, behoudens een geringe opleving in 1929. Er kwamen dus blijkbaar kleinere vermogens bij. De aangeslagene, die in 1929 bij de groep komt, heeft een zoo groot zuiver inkomen, dat het gemiddelde inkomen in de groep stijgt met bijna f 3000.—!; deze persoon hoort thuis in de afdeèling met zuiver inkomen boven f 100.000, waarvan geen nadere specificatie kon worden verkregen, daar het geringe aantal dier hoogste inkomens