is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de sociaal-geographische kennis der gemeente Velsen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STELLINGEN.

I.

Het is noodzakelijk, dat alle statistische arbeid in Nederland gecentraliseerd wordt op het Centraal Bureau voor de Statistiek°te 's-Gravenhage.

n.

De werking van Standortfactoren is pas na de totstandkoming van een grootindustriëele onderneming volledig te overzien.

III.

Terecht noemt Herbert Schlenger „das rezente Siedlungsbild deiLandschaft zugleich Ausgangspunkt und Ziel" der beschouwingen van de „Siedlungsgeographie". Deze vormt een belangrijk onderdeel van de Sociale Geographie.

IV.

Terecht merken verschillende schrijvers op, dat bij de vaststelling der grenzen van het Stadsgewest een belangrijke factor wordt gevormd door de omvang en het wezen van het forensen verschijnsel.

(Naar aanl. van Roegholt: Het Stadsgewest, p. 317, en Delfgaauw: De omvang van het forensenwezen m Nederland.)

V.

Het is voor sociaal-geographen gewenscht, de colleges in de Statistiek te volgen.

VI.

Eisler verwart Staatsbeginsel en Maatschappelijk beginsel, als hij schrijft, dat de uiterste anarchisten „hun aanvallen tegen het maatschappelijk beginsel zelf" richten.

(Rud. Eisler: Sociologie, W.B. p. 24.)

VII.

De begrippen misdaad en straf zijn niet objectief vast te stellen; hun inhoud wordt bepaald door de opvattingen en verhoudingen, die in een bepaalde periode de heerschende zijn.

VIII.

Brückner's opvatting van een postglaciale bodembeweging, die de „Talstufe" beneden Taxenbach deed ontstaan, is onhoudbaar.

(Naar aanleiding van Brückner in Geogr. Abh. Wien, I.)