Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een krachtige vereeniging, die voor de ons toevertrouwde belangen kon opkomen, die de misverstanden kon wegnemen, die nog te zeer een gedeelte der regeerders afwijzend tegenover onze verlangens deed staan. De ontwerper haastte zich dus, opdat nog vóór 1 Mei van het aangebroken jaar het subsidieverzoek de Regeering zou kunnen bereiken, daar anders op formeele gronden allicht een jaar uitstel zou volgen en uitstel wel eens tot afstel kon leiden. Dr. Greve bestempelt het optreden van het Utrechtsche LeeGzaalbestuur dat, zonder daartoe te zijn aangewezen, de leeszalen en een groot aantal belangstellenden uitnoodigde om 18 April 1908 te Utrecht samen te komen, om tot oprichting van een Centrale Vereeniging voor Openbare Leesmusea over te gaan, als een soort staatsgreep. Dit was het inderdaad, maar met de beste bedoelingen! Het misdrijf is thans wel verjaard maar toch grijp ik deze gelegenheid aan, om voor mij als hoofdschuldige en voor mijn medeplichtige, Mr. A. de Graaf, die hier ook aanwezig is, vergiffenis voor deze usurpatie van macht te vragen.

Onze Vereeniging werd opgericht. De Organisatie droeg niet aanstonds ieders goedkeuring weg. De ontwerper meende, dat wij in onze beweging alle voorstanders der openbare leeszalen moesten betrekken. Zij zouden ons in parlement en gemeenteraden groote diensten kunnen bewijzen. Ten einde uit te doen komen, dat ook aan de bibliotheektechnische zijde alle aandacht zou worden geschonken, nam het ontwerp ook de bibliothecarissen op, als een aparte groep in de vereeniging. Tegen dezen drieledigen opbouw verzetten zich aanvankelijk verschillende leeszaalbestuurders, die meer wilden aansturen op een bond van Leeszalen. Ik meen, dat wij niet behoeven te betreuren, dat aan de beide eerste categoriën een plaats in onze vereeniging is ingeruimd. Wij hadden de voorlichting en medewerking dan moeten missen van mannen als Bos, de Visser, Rutgers en Molhuysen, om mij tot deze vier vooraanstaanden te bepalen.

De nieuwe vereeniging kon nu hare werkzaamheden aanvangen. Zij waren tweeledig. Eenerzijds optreden naar buiten, anderzijds naar binnen.

De eerste vijf jaren van ons bestaan hebben hoofdzakelijk bestaan in het buitenwerk. Wij moesten allereerst opkomen voor het goed recht van onze instellingen, van de noodzake-

5

Sluiten