is toegevoegd aan uw favorieten.

Vijf-en-twintig jaren C. V.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij ter sprake moet komen, maar ook van de economische verdeeling onzer instellingen over het land. Er zijn op het oogenblik geheele streken waar men van lectuur nog verstoken is, maar andere streken, waar wel een of meer instellingen konden worden omgezet in een filiaal of een uitleenbibliotheek. En misschien brengt de crisis ons tot meer coöperatieve administratie. De Centrale Vereeniging heeft dus nog genoeg te doen om al deze vragen onder de oogen te zien.

Wij zijn een eind op weg met het Christelijk filiaal te Scheveningen, waardoor voldaan is aan alle verlangens van degenen, die bezwaren hadden tegen de Openbare Leeszaal, en waardoor een geldverspilling van ƒ 10.000 wordt voorkomen, die een gevolg zou zijn van een afzonderlijke Chr. Leeszaal. Misschien dat de nood der tijden de mannen van verschillende richting nog nader tot elkander brengt! Op ons terrein is daarvoor de Centrale Vereeniging het aangewezen lichaam. Door met elkander te spreken zullen wij elkanders bedoelingen beter verstaan en zal er wellicht een oplossing worden gevonden, die allen bevredigt en die finantieel te verantwoorden is.

Ik heb U, geachte toehoorders, lang — misschien al te lang! — bezig gehouden met U iets mede te deelen van ons werk. Laat ik de resultaten nog in enkele cijfers vastleggen, die ik ontleen aan Dr. Greve's grafieken.

Het aantal leeszalen, de filialen medegerekend, is sedert de oprichting onzer Vereeniging geklommen van 6 tot 110. In iedere plaats boven de 20.000 inwoners — waar het subsidiestelsel de oprichting van een O. L. en B. toelaat — is thans zulk een inrichting gevestigd. De kring is dus gesloten. Er kunnen in de toekomst nog enkel Openbare Uitleenbibliotheken komen (in plaatsen van 10.000—20.000 inwoners). Voor de leeszalen en bibliotheken van bepaalde richting is deze kring nog niet gesloten. Maar alvorens tot organisatie van nieuwe inrichtingen in deze moeilijke tijden te besluiten, overlegge men of niet het Haagsche voorbeeld bevredigende resultaten kan opleveren.

Het boekenbezit van alle Openbare Leeszalen, dat in 1913 nog slechts 100.000 bedroeg, bedraagt thans 18 maal zooveel of wel 1.800.000.