is toegevoegd aan uw favorieten.

Verantwoordinge, verklaringhe ende waerschowinghe mitsgaders eene hertgrondighe begheerte des edelen, lancmoedighen ende hooghgeboren Princen van Oraengien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den loop van 1565 hebben er al meerdere samenkomsten plaats gehad, waaruit blijkt, dat Oranje rekening houdt met een mogelijke verandering in de wijze van handelen. Verscheidene pogingen zijn aangewend om de verschillende Protestantsche groepen te vereenigen en nog tot 1568 zal de Prins deze pogingen voortzetten. Paschen 1565 vinden we de Grooten in Groenendael; zomer 1565 brengen verschillende Edelen door in Spa en daar moeten de eerste onderhandelingen hebben plaats gevonden voor het Eedverbond. In November is bijna de geheele adel samen te Brussel voor het kapittel van het Gulden Vlies» de bruiloft van den Prins van Parma en die van den graaf van Montigny; ook deze gelegenheid zal niet ongebruikt voorbij zijn gegaan. Formeel wordt het Compromis gesloten in December; hoofd ervan worden al spoedig Lodewijk van Nassau en Hendrik van Brederode. De Prins neemt vooralsnog een afwachtende houding aan; hij wil loyaal blijven en staat door zijn ambt als stadhouder voor een moeilijke keuze. Geeft hij zijn ambten op, dan vervallen alle mogelijkheden om langs regelmatigen weg de nationale zaak te verdedigen; en toch verwerpt hij een andere weg niet. Aan Margareta schreef hij al begin 1565 over de moeilijkheden en eindigde met een loyaliteitsbetuiging, maar maakte daarbij de restrictie: tenzij de zaken van het land anders gingen, dan voor de welvaart noodig is. Al neigt hij tot het aanbieden van het Smeekschrift, toch verwerpt hij sterk de methoden van de Hames, die samen met Brederode een aanval op Antwerpen beraamt, omdat naar zijn meening een sterker middel noodig is dan een smeekschrift om de zeer zieke Nedrlanden te genezen. Zelfs weet de Prins te bewerken, dat de Edelen ongewapend naar Margareta zullen gaan. 5 April vereenigt een groot deel der onderteekenaars zich in Brussel; een groot aantal van hen is het er slechts om te doen in troebel water te visschen; Bakhuizen beschouwt deze aanbieding als het laatste levensteeken van een ten doode gedoemde groep, waaruit alleen