is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

8. De „volonté générale" als inbegrip van de beginselen der vrijheid en der gerechtigheid . 19—20

4. De tegenstrijdigheid tusschen den burger en den onderdaan is de tegenstrijdigheid tusschen den idealen en den werkelijk bestaanden mensch 20—21

B. De theorie van de rechtssouvereiniteit. . . . 21—27

1. De rechtsregels, die in den rechtsstaat gelden, worden in het rechtsbewustzijn van de leden van het volk als rechtvaardig gevoeld .... 21—22

2. Het rechtsbewustzijn als kenbron van de objectieve gerechtigheid 22—28

8. Het meerderheidsprincipe, als aanpassing aan de realiteit en als middel ten dienste van de idealiseering van de hedendaagsche democratie . 23—26

4. De wil wordt altijd gedacht, als staande onder sterken invloed van het rechtsbewustzijn. . 26—27

C. De theorieën van de volkssouvereiniteit en van de rechtssouvereiniteit en haar eerste grondslagen 27—81

HOOFDSTUK III. — De belangrijkste theoretische

en practische vragen, die hierna ter sprake zullen komen, en de volgorde van haar bespreking . 82—88

DE SOCIALISTISCHE RECHTSBEGINSELEN.

HOOFDSTUK IV. — De socialistische rechtsbeginselen en de vrijheidseisch 84 96

§ 1. De socialistische eischen kunnen door de socialisten alleen worden begrepen als de eischen van een objectieve, eenig waardevolle, gerechtigheid 85—50

1. Onder sociaal-democraten wordt ten onrechte somtijds de relativistische rechtstheorie beschouwd als vereenigbaar met de socialistische overtuiging en de socialistische beweging. 35—87

2. De overtuiging, dat men eischen van een objectieve gerechtigheid kent, is noodig, om