is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bis.

8. De eisch der gelijkheid verlangt geen uniformiteit; deze eisch en de eischen, dat de mensch en het menschdom zich steeds meer ontwikkelen en ontplooien, zijn naar de opvatting der socialisten vereenigbaar 58—65

4. Niet uitsluitend de natuurrechtelijke eischen komen in ons rechtsbewustzijn tot uiting. Alleen die opvatting kan juist zijn, die aan natuurrechtelijke invloeden eenerzijds en aan economische en politieke invloeden anderzijds elk belangrijken en tezamen overwegenden invloed op den inhoud van ons rechtsbewustzijn toekent 65—69

5. In de rechtseischen, welke de verdeeling van de maatschappelijke productie betreffen, komen de eisch van de ontwikkeling en ontplooiing, de gelijkheidseisch en eischen, die van gewoonterechtelijken aard zijn, afzonderlijk of tezamen naar voren 69—73

§ 8. Moet de eisch, dat zooveel mogelijk geluk onder de menschen wordt gebracht, als een fundamenteele socialistische eisch worden opgevat? . 74—78

§ 4. De plaats van den vrijheidseisch ten opzichte van de fundamenteele socialistische rechtsbeginselen 78—96

1. De vrijheid, die wij hier bedoelen, is de vrijheid van hem, die, nadat hij eenmaal in zijn wil heeft gekozen, bij zijn pogen, om de voor zijn handelen gekozen richting ook inderdaad te volgen, niet belemmerd wordt door een anderen menschelijken wil 79—81

2. Door alle socialistische schrijvers wordt de socialistische maatschappij beschreven als een samenleving, waarin de vrijheid in den hier gestelden zin meer voorkomt, dan in de hedendaagsche maatschappij 82—84