is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langd, die de eischen der democratische gedachte opnieuw, niet maar relatief — in vergelijking met andere, gebrekkiger, staatsrechtelijke stelsels — maar absoluut als rechtvaardig zou doen zien, en die bovendien zou passen bij de wenschen betreffende het ingrijpen van den staat in het sociale leven, die tegenwoordig bij sommige vooruitstrevende burgerlijke groepen naar voren komen — of, wellicht beter gezegd, althans tot voor kort naar voren kwamen. In de theorie van de rechtssouvereiniteit is getracht dezen grondslag te geven.

Wat is het criterium, dat de theorie van de rechtssouvereiniteit aan den „rechtsstaat" aanlegt? In den rechtsstaat, naar de beginselen van deze staatsleer opgebouwd, worden alle rechtsregels, die het leven van de leden van het volk beheerschen, in het rechtsbewustzijn van al de leden van het volk erkend als de juiste rechtsregels. Deze regels kunnen op grond van deze eenheid in de rechtsovertuiging van alle leden van het volk tot een eenheid worden vereenigd. Evenzoo kunnen de leden van het volk worden samengevat op grond van de overeenkomstigheid van hun overtuiging omtrent hetgeen in de staatsgemeenschap moet gelden; leden van andere volken zouden zich kenmerken door een ander rechtsbewustzijn. De rechtsstaat vormt een volkomen rechtseenheid.*

2. Het rechtsbewustzijn als kenbron van de objectieve gerechtigheid.

Waarom moet de staat, welks ordening aan de eischen van het rechtsbewustzijn voldoet, rechtsstaat worden genoemd? Deze theorie beschouwt in plaats van de aanvaarding in den wil de aanvaarding in het rechtsbewustzijn als het criterium voor de verbindendheid van de regels, die het leven in den staat organiseeren, omdat het rechtsbewustzijn het objectieve recht zou doen kennen. Of, en eventueel in hoeverre, de uitingen van het rechtsbewustzijn van de menschen terecht als criterium van den rechtsstaat zijn aangenomen, laten wij hier voorloopig in het midden; het is een andere vraag dan die wij hier allereerst op het oog hebben. Immers, „de leer, dat de inhoud van de rechtsregels behoort te worden opgevolgd, om-