is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van vele sociaal-democraten, waardoor, gelijk gezegd, de drijvende kracht van het socialisme in gevaar wordt gebracht, heeft reeds in het bijzondere geval tot de aanvaarding van een onjuisten rechtvaardigingsgrond van de democratie geleid. Immers vele relativisten meenen, dat de rechtvaardigingsgrond van de democratie, die door hen, wel wat inconsequent, dan tevens als de eenig juiste staatsvorm wordt beschouwd, alleen in de beginselen van het relativisme kan worden gevonden; tot deze relativisten behooren ook sociaaldemocraten. Zij komen daartoe, omdat zij op den grondslag van hun relativistische beschouwingswijze hun houding tegenover het vraagstuk van de vrijheid bepalen. Zij ontkennen immers, dat de socialistische beweging het recht zou hebben, de overige leden van het volk — dan steeds in den zin van de meerderheid in de democratie — dwang aan te doen op grond van de hoogere waarde, die de socialistische rechtsbeginselen zouden bezitten. Het is juist op grond van deze verbinding tusschen democratie en relativistische beschouwingswijze, dat wij hier het relativisme moeten bestrijden. De socialistische strijd en het relativisme zijn onvereenigbaar. En daarom mag de socialistische beweging de democratie niet aanvaarden op de gronden, die de relativisten daarvoor aanvoeren.

2. De overtuiging, dat men eischen van een objectieve gerechtigheid kent, is noodig, om te kunnen overgaan tot handelen op moreelen grondslag.

Het relativisme voert tot dadeloosheid. Hiermede willen wij niet zeggen, dat elkeen, die zich relativist noemt, inderdaad zich van handelen naar de eischen van het recht, zooals hij dat voelt, onthoudt. Zelden leeft een mensch geheel overeenkomstig de beginselen van één philosophisch systeem. Wij bedoelen te zeggen, dat inderdaad op juiste gronden is betoogd, dat het relativisme, tot het einde beredeneerd, dadeloosheid op moreel gebied in zich sluit. Terecht is tegen het relativisme1)

*) Zooals ook tegen het uit dezelfde geesteshouding geboren positivisme in de rechtstheorie.