is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

socialistische rechtseischen en de vrijheid van de meerderheid anders. Wij zeiden het al: wij zijn van meening, dat een socialist zich deze verhouding steeds anders, dan de relativisten meenen, zal moeten denken. In het volgende zullen wij op de onzes inziens juiste opvatting ingaan.

En dit nagaan van de verhouding tusschen de gerechtigheid en de vrijheid is dan — wij wezen daarop al in het voorgaande

— niet alleen van belang voor de aan te nemen houding tegenover de meerderheidsregeering in de moderne democratieën

— waarop wij uiteraard meer in het bijzonder zijn ingegaan — maar tevens van belang voor de aan te nemen houding tegenover het stelsel van de decentralisatie in de wetgeving.

§ 2. Welke eischen worden door de socialisten als eischen eener objectieve gerechtigheid beschouwd? De beide natuurrechtelijke grondbeginselen.

In het voorgaande bestreden wij de relativistische opvatting, die in de sociaal-democratie bij talrijken heeft geleid tot een leerstellige aanvaarding van de juistheid voor alle gevallen van de meerderheidregeering, zooals deze in de huidige democratieën bestaat. Hiermede is aan één fundament van den vrijheidseisch, zooals deze in de socialistische beweging in de praktijk tot uiting komt, waarde ontzegd. Maar een tweede mogelijkheid blijft open. Moet de vrijheidseisch misschien als een der fundamenteele socialistische rechtseischen worden beschouwd, zoodat de vrijheid om haarzelf verwezenlijkt zou moeten worden? Mocht de eisch van de vrijheid een van de fundamenteele socialistische eischen zijn, dan zou de vrijheid van de overige leden van het volk behooren te worden geëerbiedigd, niet omdat de rechtseischen van deze leden geacht zouden moeten worden even groote waarde te bezitten als de socialistische rechtseischen — het relativistische standpunt —, maar omdat de vrijheid om haarzelve in de grootstmogelijke mate verwezenlijkt zou moeten worden.

Dan dringt zich de vraag op: welke zijn dan wel de fundamenteele sociahstische rechtsbeginselen, die in het oog van