is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tiger bij de communisten. In Rusland wordt thans een geheel geslacht opgeofferd aan de toekomst: de toekomstige gemeenschap, d.w.z. de ontwikkeling van het menschdom, bezit waarde boven alles. Toch kennen, meenen wij, ook de communisten over het algemeen in de kern aan het individu nog beslissende waarde toe 1).

Tegenover de universalistische opvattingen, die wij noemden — men bedenke wel, dat deze socialisten de individualistische gedachte daarnaast steeds mede van waarde achten — staat de eisch van de gelijkheid met zijn complement: de eisch, dat elk der individuen zich moet kunnen ontwikkelen en ontr plooien. Twee korte citaten willen wij slechts geven, n.1. één van Engels, en één van Jaurès — die in vele opzichten antimarxist was, en dus in zooverre de antipode van Engels.

Over de mogelijkheid eener verwerkelijking van de sociahstische eischen en over hun kracht schrijvende, zegt Engels: „De mogelijkheid, om door de maatschappelijke productie allen leden der maatschappij een bestaan te leveren, dat niet slechts stoffelijk volkomen toereikend is en dat van dag tot dag rijker wordt, maar dat hun ook de volkomen vrije vorming en het gebruik hunner hchamehjke en geestelijke krachten waarborgt, deze mogelijkheid is thans voor de eerste maal aanwezig, maar zij is er" 2). En Jaurès stelt: „Voor de eerste maal sinds de oorsprong der geschiedenis eischt de mensch zijn recht als mensch op, al zijn recht. Hij eischt al wat des menschen is, het recht om te leven, het recht om te arbeiden, het recht op de volledige ontwikkeling van zijn aanleg, op het voortdurend gebruik van zijn vrijen wil en van zijn geest" *).

1) Wij laten hier nu buiten beschouwing, wat in feite echter belangrijk is, dat in Rusland ook sterke nationalistische krachten werken, welke ernaar streven Rusland een eerste plaats onder de naties te doen innemen. En het nationalisme is uiteraard universalistisch.

2) Fr. Engels, „De ontwikkeling van het socialisme van utopie tot wetenschap," vertaling van J. F. Ankersmit, Amsterdam, 1903, blz. 47.

8) J. Jaurès, „Etudes socialistes", 3e druk, Parijs, 1902, blz. 158. („Pour la première fois, depuis 1'origine de 1'histoire, 1'homme réclame tout son droit. II réclame tout ce qui est de 1'homme, le droit a la vie, le droit au travail, le droit a 1'entier développement de ses facultés, a 1'exercice continu de sa volonté libre et de sa raison.")