is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En tenslotte — en dat betreft de derde hiervoren gestelde vraag — achten de socialisten de hoogste ontwikkeling en ontplooiing voor de meest begaafde individuen, of, voor zoover zij universalistisch georiënteerd zijn, de hoogste ontwikkeling van de menschheid, alleen mogelijk op den grondslag van de gehjke verdeeling der ontwikkelings- en ontplooiingskansen. Zij achten deze eischen vereenigbaar en zelfs noodzakehjk samengaande. Zij achten het bereiken van de hoogste toppen alleen mogekjk ^ op den grondslag van een alzijdige verbreiding der beschaving. Dus niet alleen achten zij het mogelijk — zooals in het voorgaande al werd gesteld —, dat de vooraanstaanden zich naar hun krachten ontwikkelen en ontplooien, terwijl de groote massa, zich naar haar krachten ontwikkelend en ontplooiend, daarachter volgVtttaar zij achten dat samengaan zelfs noodzakelijk. Hoe kunnen zij dat aannemelijk maken? Zij kunnen het niet positief bewijzen, meenen wij. Maar zij kunnen althans wijzen op de blijkbare onmogelijkheid van een voortdurende ontwikkeling op de tegengestelde basis. Intusschen zullen wij op deze vraag niet verder ingaan: het is ons hier tenslotte alleen om den inhoud van de sociahstische eischen te doen.

Wij noemden hier maar enkele overwegingen. Maar zij kunnen wellicht aantoonen, dat de sociahst kan meenen, dat hij bij zijn handelen ten behoeve van een verwerkehjking van de gezamenlijke eischen van de gelijkheid en van de ontwikkeling en de ontplooiing, zoowel van het individu als van het menschdom, niet alleen op zijn innerlijke overtuiging behoeft te bouwen, maar dat hij hier ook op verstandelijke overwegingen kan steunen.

Nog een enkele opmerking willen wij hieraan toevoegen. Dreigt de eisch van de gelijkheid in het bovenstaande niet tot middel te worden? En dreigt niet alles tenslotte op te gaan in den eisch van de intellectueele ontwikkeling? Dat is niet het geval.

De eisch van de gelijkheid zou tot middel worden, indien zij zou worden opgeofferd, zoodra dat voor de verdere ontwikkeling en ontplooiing noodig zou zijn. Inderdaad zal zij — wij