is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt genomen tegen elk begrip „vrijheid", dat niet uitgaat van den wil, ongeacht zijn inhoud.

Vaak wordt immers getracht een splitsing tot stand te brengen tusschen een onbeperkte vrijheid, die verworpen zou moeten worden, en een meer beperkte vrijheid, die zou moeten worden toegejuicht. Ook sociahstische theoretici maken vaak dit onderscheid.

Ter illustratie geven wij een citaat van Max Adler. Deze schrijft: „Het (begrip vrijheid) kan beteekenen het ontbreken van elke gebondenheid, dus het volstrekte ontbreken van elke grensbepaling en van eiken regel; anderzijds kan het juist integendeel beteekenen de onderwerping van den wil aan een regel, maar aan geen anderen dan dien, welken door den wil zelf is gegeven, dus de gebondenheid van den wil door eigen wetgeving (Selbstbestimmung)" x). In het maken van dit onderscheid kunnen wij hier niet volgen; dat vloeit voort uit de gronden, waarin deze splitsing haar oorzaak vindt.

Tot dit onderscheid komt Max Adler in de eerste plaats, omdat hij hier is beïnvloed door het begrip van de „zedelijke vrijheid"; niet diegene mag vrij worden genoemd, die door de situatie, waarin hij zich juist bevindt, bij het nemen van zijn beslissing wordt beheerscht, maar vrij is alleen hij, die kan doen, wat hij werkehjk uit zich zeiven wil a). — Hier zijn wij tot een geheel ander begrip der vrijheid, waarbij niet meer op den wil op zichzelf, maar op zijn inhoud wordt gelet, afgedwaald. Wij zeggen hier „afgedwaald", omdat in het eerstgestelde vrijheidsbegrip werd gelet alleen op den wil op zichzelf, niet op zijn inhoud. Onder den schijn van een splitsing wordt hier een geheel nieuw vrijheidsbegrip ingevoerd. Het onderscheid, dat Max Adler maakt, is onjuist, voor zoover hij het wil doen voorkomen, alsof beide begrippen, de vrijheid van den wil en de zede-

x) Max Adler, „Die Staatsauffassung des Marxismus", Weenen, 1922, blz. 255. („Es kann einmal bedeuten den Mangel jeglicher Gebundenheit, also die absolute Schranken- und Gesetzlosigkeit; anderseits kann es gerade im Gegenteil meinen die Unterwerfung des Willens unter ein Gesetz, aber unter kein anderes als das des Willens selbst, also die Gebundenheit des Willens durch die Selbstbestimmung.")

>) Vgl. Max Adler, t. a. p., blz. 256.