is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel meer rekening worden gehouden met de kracht van de gevestigde opinie.

Of de marxistische theorie terecht een zoo sterk verband tusschen de rechtsopvattingen en de economische structuur legt, moge hier verder buiten beschouwing worden gelaten. Zeker blijkt, althans wat de jongeren betreft, van een aanmerkelijke kneedbaarheid van den menschehjken geest. Wanneer men bedenkt, om twee voorbeelden te noemen, dat het overgroote deel van degenen, die in een bepaalden godsdienst zijn opgevoed, nagenoeg steeds dezen vorm van godsdienst bhjven aanhangen, en dat degenen, die in een burgerlijk milieu zijn opgevoed, steeds vrij krachtig de opvattingen van dien kring bhjven aanvaarden, ook al behooren zij in feite niet langer daartoe, dan blijkt reeds hieruit, dat de geest van den mensch, althans in zijn jeugd, zeer vormbaar is. In zooverre blijkt de vorengenoemde opvatting dus van een juist uitgangspunt uit te gaan, dat inderdaad de mogelijkheid blijkt te bestaan de opvattingen van de groote massa der menschen althans in de jonge jaren door invloeden van buiten in belangrijke mate te bepalen. En dan is één van de middelen ten bate van de sociahstische opvattingen de wijziging van de maatschappehjke verhoudingen, zoodat zij de sociahstische steeds meer benaderen. Andere middelen zijn de intellectueele en moreele opvoeding in scholen en vereenigingen, waardoor op de wijzigingen in de maatschappehjke verhoudingen kan worden vooruit geloopen.

De communisten nemen thans in Rusland de proef. Wij wezen er al op, dat de communisten den geestelijken weerstand van de niet-sociahstische volwassenen vóór de October-revolutie te laag aansloegen. Maar de ondervonden moeilijkheden brachten niet met zich mede, dat zij den moed zouden hebben verloren; noch ten aanzien van Rusland, noch zelfs ten aanzien van het Westen is dat het geval. Om ons tot Rusland te bepalen: ten deele hebben zij inderdaad ook nog de hoop op de ouderen gevestigd, maar grootendeels richten zij, begrijpelijkerwijs, hun krachten op de jongeren. Men bedenke daarbij, dat deze jongeren, ook voor zoover zij bijna of sinds korten tijd volwassen zijn, de burgerlijke maatschappij niet uit eigen