is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dubbelen en haar daardoor de overwinning zal brengen, en anderdeels haar in staat zal stellen de sociahstische — syndicalistische — maatschappij op te bouwen. Sorel gelooft, dat de diepste instincten in den mensch de edelste krachten zijn.

Ook onder de communisten leeft somtijds deze gedachte. In den tijd dat zij nog communiste was, schreef Henriëtte Roland Holst: „De beslissingen in de botsingen tusschen de ondergaande en opkomende klassen vallen door de actie der massa's, die, opgezweept door stoffelijke ellende, aangevuurd door zeder lijke verontwaardiging en geleid door historische intuïtie, op bepaalde momenten aan hun elementaire hartstochten den vrijen loop laten en met spontane scheppende energie in onweerstaanbaren aandrang de oude maatschappijvormen vernietigen en tevens de grondpeilers der niéuwe oprichten" 1).

En sommige sociaal-democraten zijn min of meer van dezelfde opinie. Troelstra had eveneens de hoop, bhjkens zijn geschriften dadehjk na den revolutietijd, dat door de meeslepende kracht van de revolutie de latente moreele krachten van verschillende vóór dien nog niet of slechts half-socialistische deelen van het volk zouden ontwaken en dat de antisocialistische kracht van de overige niet-socialisten zou worden verlamd. Zoo komt hij ertoe, zelfs dadehjk na de revolutie een algemeene verkiezing voor mogelijk te houden a).

Bij het weergeven van de opvatting van Sorel wezen wij al op den dieperen grondslag van de tegenstelling. Sorel en al degenen, die een soortgelijke opvatting aanhangen, gaan er van uit, dat de diepste instincten van den mensch moreele krachten zouden zijn; zij nemen aan, dat de revolutiestrijd, die deze instincten tot kracht doet komen, daarmede uiteraard de voorwaarden schept voor een zedehjke verheffing. Het overgroote deel van de sociaal-democraten — Kautsky citeerden

1) Henr. Roland Holst, „Rèvolutionnaire massa-actie", Rotterdam, 1918, blz. 422.

2) Mr. P. J. Troelstra, ,,De revolutie en de S. D. A. P.", 1919, Amsterdam; overdruk van artikelen uit de Socialistische Gids. Troelstra kan, uitgaande van deze gedachte, tevens de tegenwerpingen van degenen, die de politieke democratie, het algemeen kiesrecht, willen bewaren, pareeren.