is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geschrift zelf heet het: „Wie heeft nu belang bij de leiding van den gesociahseerden tak van nijverheid? Ten eerste de arbeiders, het kantoorpersoneel en de beambten, die in dien tak van industrie werken; ten tweede de consumenten, die de producten van dezen tak van industrie noodig hebben, en ten derde de staat als vertegenwoordiger van het geheel. Daarom zal men den raad van beheer van iederen gesociahseerden productietak ongeveer op de volgende wijze moeten samenstellen. Een derde van de leden van dezen raad van beheer wordt door de vakvereenigingen van de arbeiders en door de organisaties van het kantoorpersoneel, die in dezen tak van nijverheid werkzaam zijn, aangewezen. Een volgend derde deel van de leden van dezen raad van beheer vormen de vertegenwoordigers van de consumenten. Zoo zullen dus b.v. in den raad van beheer van de steenkolenmijnen vertegenwoordigers van de consumenten deels door de verbruikersvereenigingen als de organisaties van de verbruikers van steenkool voor huisbrand, deels door de organisaties van de industrie als de organisaties van de verbruikers van kolen voor industrieel gebruik gekozen worden. Het laatste derde deel van de leden van den raad van beheer vormen tenslotte de vertegenwoordigers van den staat ... De vertegenwoordigers van de arbeiders en kantoorpersoneel aan den eenen kant, die van de consumenten aan den anderen kant hebben tegengestelde belangen te vertegenwoordigen, want de eersten zuüen hooge loonen, de laatsten lage prijzen verlangen. De vertegenwoordigers van den staat zuüen als bemiddelaars en scheidsrechters tusschen beide partijen staan"1).

gründen wollen auf die Kooperation des Staates als des Vertreters der Gesamtheit des arbeitenden Volkes und der Gewerkschaft als der Vertréterin der Sonderinteressen der in dem einzelnen Industriezweige beschaftigten Arbeiter und Angestellten. Mein Organisationsplan schaltete in diese Kooperation als drittes gleichberechtigtes Glied die Organisation der Konsumenten ein. Er steilte dadurch innerhalb der industriellen Organisation die widerstreitenden Interessen der Produzenten und der Konsumenten einander gleich stark gegenüber und zwischen diese beide steilte er den Staat als den Schiedsrichter zwischen innen.")

!) Otto Bauer, t. a. p., blz. 10—11. („Wer hat nun an der Leitung des sozialisierten Industriezweiges ein Interesse? Erstens die Arbeiter, Angestellten und Beamten, die in diesem Industriezweig arbeiten; zwei-