is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naast de producenten gezag zal moeten hebben. En zoo kan op dit punt verschil van meening bestaan tusschen de twee gildensocialisten Cole en Hobson, die wij hier beiden al noemden.

Cole wil niet alleen aan de producenten — hetzij de arbeiders, die in een bepaalde onderneming werken, hetzij alle arbeiders, die in een bepaalden tak van nijverheid werkzaam zijn — het bestuur en de beslissende bevoegdheid ten aanzien van de loonen en de prijzen van de producten toekennen, maar hij wil daarin den consumenten mede een zekeren invloed geven x). Anders Hobson. Deze schrijft ten aanzien van Cole's vooretellen: „Tk daarentegen heb steeds nationale gilden voorgestaan om twee redenen, die in de voorsteüen van Cole inderdaad geheel krachteloos zijn gemaakt; ik wilde de economische functie opdragen aan de gilden, zoodat het parlementaire werk niet gehinderd en niet bedorven zou worden door economische belangen; bovendien behooren de nationale gilden, naar mijn opinie, absoluut meester te zijn in eigen huis en binnen hun omschreven functie — een functie, waarover zij het natuurhjkerwijs eens zouden zijn met den staat, aan wie zij hun bevoegdheid ontkenen. In duidelijke woorden, de producenten moeten gezag hebben over de productie — een beginsel, dat essentieel is voor een goed werkmanschap" 2).

De oneenigheid is echter niet zoo groot, als uit Hobsons woorden zou kunnen worden gelezen: Cole en Hobson beiden wenschen een groote vrijheid voor den producent; het verschil is slechts, dat de een wenscht, dat deze vrijheid zeer groot, de ander, dat deze vrijheid bijna absoluut zal zijn.

Op welken grond wordt deze zeer groote vrijheid verlangd?

1) Zie Cole's reeds geciteerd werk.

2) S. G. Hobson, „National Guilds and the State", London 1920, blz. 126. („But I, for me, have advocated National Guilds for two reasons, which Mr. Cole's proposals would effectually nullify; I would relegate the economie function to the Guilds that Parliamentary work may be unhampered and unvitiated by economie interests; secondly I want National Guilds to be absolutely masters in their own house and within their deflned function — a function, upon which they would naturally agree with the State, from which they obtain their charter. In plain terms, the producers shall be masters of production — a principle essential to good craftmanship.")