is toegevoegd aan uw favorieten.

Democratische vrijheid en socialistisch recht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

socialistischen opbouw, zeker in den aanvang, zou moeten beheerschen. In de vorige hoofdstukken tezamen kwam de tegenstelling tot uiting in de erkenning, dat dwang, indien op de juiste wijze geconstrueerd, somtijds of, zelfs dikwijls, de waarde van de vrijheid kan overtreffen. Het standpunt der gildensocialisten is absoluut: zij eischen de vrijheid ten voüe en trachten haar overal te verwezenlijken. In het voorgaande werd haar daarentegen slechts onder bepaalde omstandigheden — die in de socialistische maatschappij in veel ruimer mate zuüen voorkomen dan thans — waarde toegekend.

Hier bhjkt het verschil tusschen de güdensociahsten en de sociaal-democraten en — dezen wülen wij tevens in dit verband noemen — de communisten. De güdensociahsten hebben een voüedig vertrouwen in den vrijen wil van den mensch. Bij de sociaal-democraten is dat vertrouwen geringer en zij wenschen daarom onder bepaalde omstandigheden op verschülende punten de vrijheid op te heffen en haar door een gezagsconstructie te vervangen. Bij de coinmunisten — tenzij bij hen even, somtijds, syndicalistische leersteUingen haar invloed doen gelden — is dat vertrouwen het zwakst, en zij bouwen daarom bovenal op de kracht van de communistische kern. Beoordeelen deze drie groepen socialisten het einddoel, dan bhjken zrj op vele punten een gehjke meening te bezitten; beoordeelen zij de hedendaagsche mogelijkheden, dan bhjken zij zeer ver van elkaar te staan.

Zoo zal, wat de aanvankelijke organisatie der lagere organen in de maatschappij van den socialistischen opbouw betreft, in vele opzichten het standpunt van de güdensociahsten moeten worden afgewezen. Maar anders staat het, zoodra een richthjn moet worden gekozen, die de ontwikkeling naar de sociahstische maatschappij aanwijst. Want dan kan inderdaad slechts die richthjn juist zijn, die een voortdurende vergrooting van de vrijheid althans mede als doel stelt. Aanvaardt men die gedachte, dan zal de democratie in het bedrijf in de maatschappij van den sociahstischen opbouw moeten worden beschouwd als de voorbereiding op het economisch terrein van de — zij het zeker niet voüedige, dan toch zeer niime — vrijheid in de sociahstische maatschappij.