is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechterlijk toetsingsrecht tegenover de verordenende bevoegdheid van den gemeenteraad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De artikelen 1 en 2 der verordening op de openlijke ontucht te Maastricht werden afgewezen bij arrest van 8 Mei 1911, omdat voor het houden van een openlijk huis van ontucht niet werd vereischt, dat het beschikbaar gestelde huis, erf of de andere plaats voor het publiek toegankelijk zij, of eenige andere eisch van openbaarheid werd gesteld, zoodat de raad daaronder mede begrijpt het beschikbaar stellen tot het plegen van ontucht van elk huis, erf of andere plaats, ook al wordt daarbij de openbaarheid vermeden en het publiek er niet toegelaten. Op het groepsbelang der kleine uitverkoren schare en haar nakomelingschap wordt niet gelet!

Opvallend is het arrest van 29 November 1920, dat de rechtsgeldigheid van de Haarlemsche ventregeling voor gedrukte stukken verwierp, daar zij in haar algemeenheid de daarin genoemde handelingen verbood en met straf bedreigde, ook dan wanneer zij elk karakter van openbaarheid misten en de openbare orde daarbij in geen enkel opzicht betrokken was. De bepaling strekte zich n.1. ook uit over het particulier terrein der ingezetenen. Hoeveel verboden van andere strekking, bij reeds vermelde arresten van groep C verbindend verklaard, hadden evenwel ook betrekking op het particulier terrein! Het verschil van behandeling moet dus ergens anders in zitten. De doelmatigheid der voorschriften is de oorzaak daarvan; daarom wordt in het eene — dit — geval het woord „openbaar" eng opgevat en in al de andere bedoelde gevallen uiteraard ruim; was toch bij deze zaak met een ruim begrip „openbaar" gewerkt, dan had ook de slotsom anders kunnen zijn; het kan toch zeker een algemeen belang geacht worden, dat de ingezetenen der gemeente ook tegen de geïncrimineerde handelingen op

gevaar van brand kan ontstaan; maar geen plaatselijk bestuur kan alleen de kinderen beneden de vijftien jaar verbieden op straat te rooken, uit overweging, dat bet rooken voor hunne eigene gezondheid nadeelig zou kunnen zijn. Zulk een toezicht of voogdij over de individuen ligt buiten het wezen der politie. Er bestond niet de minste waarborg meer voor persoonlijke vrijheid, wanneer de politie hare grenzen zooverre te buiten ging. Tot zoover De Vries. Tempora mutantur, nos et mutamur in illis! Toch treft reeds de opmerking over daden binnenshuis.