is toegevoegd aan uw favorieten.

De commercie-compagnie te Middelburg van haar oprichting tot het jaar 1754

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Citters, Van de Putte en Coenraats en vanwege de kooplieden de Heeren Christiaanse en De la Rue. Den lOen Augustus wordt door Burgemeester Van Citters uit naam van de provisionneel gecommitteerden aan de Vergadering voorgedragen, dat nu reeds considerabele sommen zijn ingeteekend. Hij verzoekt nu uit naam van de geïnteresseerden uit dezen 8 personen te willen benoemen als Directeuren „om te handelen in het belang van de Commercie Compagnie op zoodanige ordres en reglementen, als noodig en ten meesten voordeele zullen bevonden worden te behooren." Alsnu worden benoemd de volgende heeren: Hermanus van der Putte, Pieter de la Rue, Hermanus Christiaanse. Jacobus Sluyters, Jan Ackermans, Cornelis Speldernieuw. Jan van Huyen en Casparus Ribaut.

Het doel van de oprichting wordt door de deelnemers zelf aangegeven in een soort van Voorwoord aan het „Reglement voor de Commercie-Compagnie binnen deze stad Middelburg in Zeeland met autorisatie van de Edele Magistraat opgericht." Dit doel zal dan zijn: „De aankweek van den koophandel en de zeevaart, waardoor de welstand der ingezetenen van dien bestaat en voortijds met goed succes en voordeel binnen de stad Middelburg is gedreven; en vermits de bekwaamheid en welgelegenheid derzelver met geen minder apparentie van succes kan uitgevoerd worden, wanneer hetzelve door bekwame en kundige negotianten werd ondernomen. Te dien einde is opgericht met kennisse. authorisatie van de Edelmogende Magistraat dezer stad een Compagnie van Commercie."

Uit een „Lyste van Inteykening in d'Compagnie van Commercie binnen Middelburg, gedaan op den 25en JuÜ 1720 en de volgende dagen" blijkt, dat er voor de nieuwe onderneming groote belangstelling bestond. De lijst, die gesloten werd 26 Augustus d.a.v. vermeldt 587 inschrijws. die samen een kapitaal zouden fourneeren van 5 millioen gulden. Dat voor een zoo groote som in zoo korten tijd werd ingeschreven, wijst behalve op de ontzaglijke kapitalen, die in Middelburg in voorraad waren, ook op het ontbreken van een emplooi voor zooveel geld. Ik noemde opzettelijk Middelburg, omdat