is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij met een voorloopig beeld van het Vrijzinnig Protestantisme voor oogen deze drie criteria na, dan lijkt er nuj alle aanleiding, om de vrijzinnig protestantsche beweging als een groep te behandelen. In hoeverre zij door haar inhoud en karakter deze behandeling rechtvaardigt, zal eerst door het onderzoek zelf kunnen blijken. Het formeele recht tot deze behandeling echter laat zich m.i. reeds bij een zeer globaal beeld van het Vrijzinnig Protestantisme op drieërlei gronden verdedigen.

In de eerste plaats op historische gronden. Het criterium der ^hwzaamheid en der organisatorische samenhang kan aan het Vrijzinnig Protestantisme niet worden ontzegd. Wat Herderschee en Brouwer ieder van hun standpunt gedaan hebben was het samenvatten van een aantal historische verschijnselen in het Protestantsche Nederland van de 2e helft der 19e eeuw tot een totaalbeeld; zulk een totaalbeeld vormt ook de grondslag van Van Mourik Broekman's en Roessingh's dogmatische beschouwingen. 2)

Dat elk der genoemde auteurs de feiten op zijn wuze verwerkte en beoordeelde, is natuurlijk. Dat zij allen de indruk hadden, te staan voor een min of meer omlijnd geestelijk geheel dat een bepaalde functie in de historie vervulde, bewijst, dat er innerlijke samenhang tusschen de feiten zelf bestaat en dat men te doen heeft met een complex van verschijnselen, die als een afzonderlijke historische grootheid zich laten samenvatten. Weliswaar is deze samenhang vloeiend: het Vrijzinnig Protestantisme moet „juist krachtens zijn vrijzinnigheid als een zich ontwikkelende grootheid, als dynamisch, niet als statisch worden geschouwd" 3); een definitie is bezwaarlijk te geven, hoogstens zn'n een aantal telkens terugkeerende kenmerken te noemen. Voor het Duitsche Vrijzinnig Protestantisme en het Christelijk humanisme in het algemeen zijn deze kenmerken door Troeltsch

gemeine Soziologie als L e h r e vonden Beziehungen und Bezlehungsgebilden der Menschen, 2, 1929, S. 27—18t{ Gustave le Bon, Psychologie des Poules, Paris

if^J. Herderschêe, De m o d e r n-g odsdienstige richting in Nederland, Amsterdam 1904.

Dr. A M. Brouwer, De moderne Richting, eene historisch-dogmatische Studie, Nijmegen z. j. 2) Dr. M. C. van Mourik Broekman, V r ij z i n n i gChristelMk Geloofsleven, Leiden, z. j.; De Vrijzinnige Godsidee.

Dr. ICHJRoessingh, De Moderne Theologie in Nederland, hare voorbereiding en eerste periode (Proefschrift), Leiden 1914; Het Modernisme in Nederland, Volksuniversiteits-bibliotheek, no. 18, Haarlem 1922. Beide geschriften, het laatste in vollediger vorm, zijn opgenomen in de Verzamelde Werken van ar. K. H. Roessingh, resp. dl. I blz. 1-182, en dl. Hl blz. 231—385; zij zullen in het vervolg naar deze uitgave worden geciteerd. ») Prof. Dr. J. Lindeboom, Geschiedenis van het V r j z innig Protestantisme, Deel I (Tot Lessing): Het ontstaan van het Neo-Protestantisme, Huis ter Heide 1929, blz. 7.