is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechten, waarin men zich nauw aaneengesloten voelde.

Toch is het niet zonder beteekenis, dat de oudste organisatie van vrijzinnigen een theologisch-wetenschappelijke is. De moderne theologie, de moderne wetenschap, het moderne wereldbeeld, — dat is het meest eigene van de nieuwe richting; op die grondslagen rust dan ook haar eerste organisatievorm.

A. Intusschen moeten wij ons hier tot de specifiek godsdienstige gemeenschapsvormen beperken. Deze z$n in de eerste tijd de Nederlandsche Protestantenbond en de Vrije Gemeente te Amsterdam, de eerste een algemeene organisatie van de vrijzinniggodsdienstigen, de tweede bedoeld als een voorbeeld van plaatselijke gemeenschapsvorming.

De Nederlandsche Protestantenbond strookte met Opzoomer's ideaal van een „kerk die 't imre Protestantisme zou omvatten"*) Hfl wil boven de kerkelijke verschillen staan en „vrijzinnig godsdienstigen *) zoo binnen als buiten de kerk" vereenigen. Zeer veel arbeid heeft deze Bond sinds zijn oprichting in 1870 verricht door de organisatie der vaak belangrijke „Protestantendagen", voor het godsdienstonderwijs, Bijbel- en gezangboekuitgaven, de stichting van plaatselijke afdeelingen door het hwle land enz. Ofschoon hij aldus tal van waardevolle en blijvende elementen voor de opbouw van een godsdienstige gemeenschap leverde, heeft dit, behalve in enkele bloeiende afdeelingen, niet geleid tot een eigen gemeenschapsvorm. 3)

Misschien is de oorzaak van dit verschijnsel te zoeken in het fêit dat de Bond, onder de indruk van de loswording van het kerkverband in de eerste jaren van zn'n bestaan, zich als een vereeniging van personen naast de kerken heeft gesteld. Hij meende, spoedig alle vrijzinnigen te zullen omvatten en hun kerkverband te vervangen. Later bleek dit kerkverband veel grooter bindende kracht te bezitten dan men had verwacht; toen bleek, dat geen vereeniging van personen draagster kan zijn van het geheele vrijzinnig-godsdienstige leven in ons land, en men is het daarom ook later in de richting van federatie van groepen gaan zoeken. De Nederlandsche Protestantenbond blijft echter ook sindsdien vele vrijzinnige vereenigingen voor velerlei

!) J. Herderschee, De modern-godsdienstige richting ln Nederland, blz. 297.

2) In 1908 heeft het Hoofdbestuur het voorstel gedaan, art. 1 te lezen„eene vereeniging van hen, die het godsdienstig leven wenschen te bevorderen in vrijzinnig-c hristeltfken geest". Deze toeleg is met kracht verhinderd vooral door Oort, Bruining en Van Loenen Martinet De oude bewoordingen bleven; wel is in een motie vastgelegd, „dat de Protestantenbond is en altjjd geweest is eene vereeniging van hen, die het godsdienstig leven in vrijzinnig Christehjken geest trachten te bevorderen". (De Hervorming, 1908, no. 40; vgl. Theol T ij d s c h r Jaarg. 1909, blz. 167 v.).

*) „Doch ook de Protestantenbond is zulk een middelpunt (nJ. van gemeenschapsleven) niet geworden", Ignotus/Agnotos, TheoL Trids c h r. 1909, bis. 7). v