is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

situatie zich te wijzigen. Nog bleven „Vrije Gemeenten" voor velen de ideale gemeenschapsvorm der modernen, en de definitie van gemeenteleven luidt in 1880 (Meyboom): „de aaneensluiting van gelijk gezinden, met het doel om m elkander godsdienstig-zedelijk leven te wekken". Doch tegenover de „wilde" modernen, die van kerkelijk verband Biet weten willen, nemen de „tammen", die de kerk niet willen loslaten, geleidelijk in aantal toe.

Zeer duidelijk is dit het gevolg geweest van een wijziging in de omstandigheden. Twee dingen bleken n.1.:

lo. dat de moderne richting niet zooveel vat had op het godsdienstige leven in Nederland als men had verwacht. In 1877

Iwerd gevraagd: „Kan de godsdienst des volks ook die der beschaafden zijn?" Die vraag wordt gesteld vanuit het veilig zelfbewustzijn der „beschaafden", die hoogstens de taak hebben het „volk" tot meerdere ontwikkeling omhoog te heffen. Maar slechts tien jaar later, en de verhouding wordt anders, bescheidener, voorgesteld: „De moderne godsdienstprediking en de godsdienst des volks", zoo luidt de titd van de lezing van Van Rossem op de Moderne Vergadering van 1887; en bij de dis) cussie na dit referaat komt van verschillende kanten de verS ontrusting naar voren: wij hebben te weinig vat op de massa; \en al wil Hugenholtz Jr. tevreden zijn met het bereiken van /de „middenklasse", Bruining voelt pijnlijk het gemis aan autoriteit en positiviteit; misschien, zegt hij, bereiden wn' slechts een nieuwe godsdienst voor, die nog komen moet. i)

Reeds in 1867 had Van Bell in het genoemde artikel gewaarschuwd, dat de vorming van vrije congregaties „Uit den aard der zaak (moest) leiden tot een isolement van de meest intellectueel ontwikkelden en beschaafden". 2) Ên Goeman Borgesius sprak het in 1886 op de Protestantendag uit: ^Het leven, de bezieling moet komen uit het volk zelf".

In dat volk voltrekken zich groote veranderingen. Nieuwe sociale theorieën komen van over de grenzen; loom roert zich in een eerst ontwaken het groote lichaam van de arbeidersmassa. Ofschoon deze nieuwe situatie aan de groote meerderheid der .vrijzinnig protestanten nog langen tijd voorbijging, heeft het / nieuwe ook hier de vrijzinnig protestantsche groep niet geheel ) onberoerd gelaten. In 1887 wordt, hoewel na sterke tegenstand, > in de N.P.B. een commissie voor maatschappelijke belangen ingesteld; in 1893 reeds wordt geklaagd, dat „De Hervorming" y „zoo socialistisch" is.

Zoo vaart het Vrijzinnig Protestantisme op al ruimer zeeën, maar door de zwaardere golfslag ook te heftiger geslingerd.

») Verslag in Bijblad Hervorming 1887. no. 2. a) Theologisch Tijdschrift 1867. bk 229. Vgl. bfl de vraag, of het modernisme werkelijk alle standen en groepen bereikte'. Dr. O. Noordenbos. Het Atheisme in Nederland, blz. 98 v.v.