is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

transitivum. „Die Seele will ihre Glaubigkeit bewahren, wahrend sie den Glauben an alle bestinimten vorbestininiten Inhalte verloren hat." !) Een boek, dat gedachten van moderne Duitsche dichters over de religie bevat, illustreert Simmels bedoeling treffend. „Unter Religiositat verstehe ich die Liebe und Andacht eines Menschengemütes vor allem Erhabenen, Groszen und Wahren, unter Religiositat verstehe ich die Kraft des menschlichen Herzens zur Hingabe an das Erhabene, Grosze und Wahre und die Lauterkeit der Gesiniiung im Licht des Geistes" (Waldemar Bonsels). „Religion — wenn sie mehr ist als ein Wortschwall, bedeutet sie die Atmosphare in die ein Leben gebettet ist, die Tonart aus der das Ganze geht" (Auguste Supper). „An die Stelle des Habens tritt ein „Gehabtsein", als ein Ergriffensein, das immer weniger Begriffe und Worte hat und sie auch nicht braucht." 2) (Anna Schieber). Deze wel typisch moderne opvatting van religie is diep in het Vrijzinnig Protestantisme ingedrongen. De soberheid en woord-armoede, waartoe zij leiden kan, is een van zrjn sterkste zijden, s)

Zoo zal de vrrjzinnig-protestantsche gezindheid ook op die elementen van het religieuze leven nadruk leggen, die aan de zijde van de ik-functie staan, dus op het functioneele karakter der religie. Vandaar de sterke gevoelstoon, die het begrip „vrijheid" heeft: van de opgenomen religieuze inhouden wordt vooral de bevrijdende werking, in veel mindere mate de in de inhoud liggende binding aan een bepaalde gedachtenwereld, bewust. Vandaar de gewoonte, vooral in de eerste periode, om niet de inhoud, alleen de functie van de religie te definiëeren; vandaar de bereidheid (alweer vooral in het begin), om de gedachteinhoud van de religie ter bewerking over te laten aan de moderne wetenschap. Vrijzinnigen en orthodoxen hebben elkaar over en weer „intellectualistisch" genoemd. Maar het zn'n twee verschillende soorten van intellectualisme. Dat van de orthodoxie is het materiëel-scholastische intellectualisme: verstandelijke doorwerking van de gegeven geloofsinhoud. Dat van de vrijzinnige is het formeele, modern-wetenschappelijke intellectualisme, dat scheiding brengt tusschen inhoud en functie van het geloof. Wat het samenbindende betreft, dit is in de vrijzinnigheid eigenlijk veei minder intellectueel dan in de orthodoxie, immers meer gezindheid dan gedachte.

menschheid", en het gevoel van de „ondefinieerbaarheid van het godsdienstig bezit".

*) Georg Simmel, Der Konflikt der modernen Kultur. München n Leipzig 1921, S. 28/27. Vgl. Georg Simmel, Die Religion, Frankfurt a. M. 1912.

2) Geciteerd uit Dichterglauben, Stimmen religiösen E r 1 e b e n s, herausgeg. von Harold Braun, Berlin-Steglitz 1931. Vgl. besprekingen inChristliche Welt 46 Jahrg. (1932) Nr. 8 en Neuwerk, 14. Jahrg. Nr. 2.

3) Vgl. Dr. M. C. van Mourik Broekman, Vrfjz. Chr. Geloofsleven blz. lil.