is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het „wij". !) „Wij modernen" — dat klonk fier en zinvol. Hier was'de individualiteit gemeten aan een ideaal, opgenomen in een verband waarin zij niet werd uitgebluscht. Nu echter wordt het „wij" verdrongen door het „men", de term van de abstractie, de doorsnee; het houvast van het epigonendom, het kenteeken van de verburgerlijking. In het „men" wordt de afzonderlijke mensch opgesloten in een schema; wordt de individualiteit genivelleerd door wat nauwelijks meer een sociale roeping mag

heeten. j „ , .

De reactie, die ook in de kring van het Vrrj zinnig Protestantisme op deze inzinking is gevolgd, kan, meen ik, voor een goed deel worden beschouwd als een symptoom van opleving van dat andere individualisme, dat Simmel het 19de eeuwsche noemde. De geest van de groote individualisten aan het eind van de negentiende eeuw, Ibsen, Kierkegaard, Nietzsche, Tolstoï, is tot het „verburgerlijkte" deel van het Vrijzinnig Protestantisme niet meer doorgedrongen. Maar waar het Vrijzinnig Protestantisme nog „open" gebleven was, daar stroomde hun invloed binnen en wekte en verdiepte inzicht in de waarde der persoonlijkheid. Het is opvallend, dat de motieven van de sociaal en socialistisch georiënteerde groepen aan het begin der 20ste eeuw aldoor weer draaien om de waarde der menschelijke ziel. Het is, als heeft men het doode, schematische in het menschheidsbegrip der eerste periode opgemerkt en gevoeld, dat het door een nieuw, levend individualisme herschapen moest worden. Men wil terug van het „men" naar het „wij". Aan de kategone der menschheid wil men nieuw leven geven door hernieuwing van \ het mensch-begrip. „Wij moeten terug van de menschheid naar Cden mensch". 2) Ook bh' de vrijzinnige predikanten uit de kring (om Frederik van Eeden en bij die van de „Blijde Wereld"-groep blijkt dit; zij zijn in strikte zin niet sociaal maar individueel. S C Kylstra schrijft: Het Koninkrijk God is „allereerst een toestand van de menschelijke ziel". ») Deze sociale beweging was zeer individualistisch, maar haar individualisme bezat een sterke sociale intentie en daardoor kon het sociale kracht uitoefenen. Zij verkondigden, dat de „Christenen onchristelijk leef( den", dat Gods liefde en naastenliefde in deze wereld niet konden worden beoefend, maar des te sterker hielden zn' aan het Christendom vast en wilden ze er toe bijdragen dat het, meer dan tot nu toe, een „sociale kwestie" zou worden.

Het wil mij toeschijnen, dat dit individualisme, bij al de wisselingen van de richting der sociale intentie, een kernpunt is gebleven bij al de sociaal-gerichte groepeeringen, waaraan het Vrijzinnig Protestantisme deel heeft gehad. In de strijd der

1) Vel. Hans Freyer, Gemeinschaft und Volk, Philo■ o t> h i e d. Gemeinschaft, herausgeg. v. F. Krueger, S. 7 ff.; ook *v Künkel, Grundzüge d. polit. Char akterkunde, passim.

2) Agnotos to Theol. Tijdschr. 1909, blz. 165. ») Theol. Tijdschr. 1911, blz. 216 v.v.