is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het is wel anders georiënteerd. Bezadigder, minder radicaal, evolutionistisch en daarom afkeerig van het revolutionnaire; en vooral — men was door een diep geworteld optimisme in deze grootere kring voor de radicale cultuurkritiek minder toegankelijk. De strevingen van de sociale linkervleugel (zooals ik hem kortheidshalve noemen zal) werden bij de grootere groep niet zelden als onzuiver, want naar een gebied buiten het religieuze gericht, veroordeeld. „Geen politiek op de kansel" werd hier de leuze, waarmede men de linkervleugel op een onreligieuze strekking wilde wijze.

Het opkomen van deze leus is symptoom van een merkwaardige ontwikkeling. We zeiden boven, dat in het oude modernisme de cirkels van het maatschappelijke en het godsdienstige samenleven als het ware concentrisch werden geacht,

In de eerste tijd werd de genoemde leus niet gehoord. Godsdienst gold om zoo te zeggen als de essentie van het leven, maar van het geheele leven, dus ook van het politieke, waaronder dan verstaan werd het liberale. Nu komen socialisme en maatschappelijke veranderingen dit evenwicht verstoren. De cirkel van het maatschappelijke leven, waarin vrijzinnig protestanten staan, gaat ook andere stroomingen dan het liberalisme bevatten. Voor sommigen schuift de cirkel van het godsdienstig gemeenschapsleven van het middelpunt naar den omtrek van de grootere maatschappelijke cirkel, die nu de belangrijkste wordt. Vele anderen echter willen de godsdienst in het middelpunt van het leven handhaven. Voor een belangrijk deel van hen schijnt het echter onmogelijk, in de eene godsdienstige gemeenschap meerdere sociale stroomingen te omvatten, vooral wanneer die sociale stroomingen zich al scherper tegen elkaar gaan afteekenen. Om de eenheid van de godsdienstige gemeenschap te bewaren schijnt het hun het eenig mogelijke, het geheele gebied, waarop de confligeerende meeningen betrekking hebben, uit het godsdienstig gemeenschapsleven uit te sluiten. Dus: geen politiek, ook geen concrete sociale strijdvragen in de kerk. Deze opvatting kan grafisch worden voorgesteld door de twee concentrische cirkels A (maatschappelijk leven) en B (godsdienstig leven), i) waarbij het gedeelte, begrensd door de twee stralen, het gebied van het Vrijzinnig Protestantisme aanduidt. De „rechtervleugel" zou nu het geharceerde gedeelte a buiten de godsdienstige sfeer willen stellen. Maar dit is alleen mogelijk — zooals door de teekening duidelijk geïllustreerd wordt — wanneer men veronderstelt, dat politieke vragen de kern van het leven niet raken, maar slechts aan de omtrek blijven. Alleen op deze vooronderstelling kan men onderscheid maken tusschen het politieke Christendom en het „gewone, niet politieke, alleen godsdienstige". 2)

Deze onderscheiding teekent een stadium van vergeestelijking

*) Zie figuur op blz. 108.

») Prot S. Cramer in T e y 1 e r"s TheoL Tijdschr., 1903.