is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFSLUITING

Het onderzoek van de sociaal-psychologische structuur van het Vrijzinnig Protestantisme leverde ons de volgende resultaten:

Als achtergrond van het Vrijzinnig Protestantisme vonden wij het bewustzijn van een onmiddellijk verbonden zijn met de natuur en met de geest der menschheid. Daarmede bleek een specifieke opvatting van de godsdienstige waarheid samen te gaan: het besef van haar subjectief karakter, haar ondefinieerbaarheid en het onduldbare van vaste formuleeringen. Dit laatste besef vooral bleek component van die „deugd der negentiende eeuw": de waarachtigheid. Tegen deze achtergrond lijkt het „nu" belangrijker dan het verleden: vooral aanvankelijk is er een zekere onverschilligheid t.o.v. de historie. Deze onverachwligheid verdwijnt later, maar de waarheidsgrond blijft het metafysische. Het Christendom wordt aanvaard onder protest tegen de onechte of exclusivistische vormen, die het soms aanneemt.

De kerk wordt veelal beschouwd als een vereeniging van gelijkgezinden; later wordt echter haar wezen opnieuw ontdekt, zoodat men haar gaat zien als de in de historie gewortelde draagster van het christelijk geloofsbezit, die in een oekumenisch gedifferentieerde gedaante voedster van het godsdienstig leven moet wezen.

Wij stelden daarna vast, dat de eigenlijke verbindende factor in een godsdienstige gemeenschap gezocht moet worden in het gemeenschappelijk geloofsbezit. De aard van dit geloofsbezit in het Vrijzinnig Protestantisme onderzoekende, wezen wij op het functioneele karakter van de vrijzinnig protestantsche religie, en op de daaraan verbonden gevaren voor het groepsleven. Wij zagen, hoe de godsdienstige gemeenschap aan deze zijde gevaar loopt af te glijden naar louter sympathiegemeenschap. In een groeiend historisch besef, in de bewustwording van eigen bezit en geestelijke grondslag en in het toenemende besef van verantwoordelijkheid daarvoor merkten wij echter krachten op, die kunnen leiden tot versterking van het waardeverband in de vrijzinnig protestantsche groep. Bij het leven in de religieuze waardegemeenschap zal de nadruk echter steeds blijven vallen op de dynamische en spontaan-herscheppende momenten in de godsdienst.

Voor de ontleding van de verhouding tot de maatschappij bezigden wij het schema: individualiteit—sociale intentie. Naast het abstract-universalistische individualisme, het „18e eeuwsche", dat de gemeenschap op den duur tot het dorre „men" deed verstarren, vonden wij kenteekens van een ander soort individualisme, dat, hoe radicaal-individualistisch ook, sterke sociale intenties kan bevatten en zoo leiden tot herleving van het „wjj"bewustzijn. Wij merkten op, hoe dit laatste door de omstandigheden in de latere jaren aan invloed en beteekenis ging winnen.